feat: handleiding 4 (Lesmateriaal-check), 5 (Studiecoach) en 6 (Notulen-assistent) in de gratis laag van Copilot
- drie nieuwe mappen met handleiding (md + pdf), instructies.txt, beelden en de fictieve documenten - README: Inhoud, agents-tabel en tekst onder Gratis laag uitgebreid - CHANGELOG: tweede uitgave met de nieuwe bevindingen Co-Authored-By: Claude Opus 5 <noreply@anthropic.com>
|
After Width: | Height: | Size: 81 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 33 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 45 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 42 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 50 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 69 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 49 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 68 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 80 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 60 KiB |
@@ -0,0 +1,7 @@
|
||||
#!/usr/bin/env python3
|
||||
"""Bouwt handleiding-copilot-lesmateriaal-check.html, .pdf en .docx. Gebruik: python3 build.py
|
||||
Het echte werk staat in ../_gereedschap/build_handleiding.py (gedeeld door alle handleidingen)."""
|
||||
import runpy, sys
|
||||
from pathlib import Path
|
||||
sys.argv = ["build_handleiding.py", str(Path(__file__).resolve().parent / "handleiding-copilot-lesmateriaal-check.md")]
|
||||
runpy.run_path(str(Path(__file__).resolve().parent.parent / "_gereedschap" / "build_handleiding.py"), run_name="__main__")
|
||||
@@ -0,0 +1,300 @@
|
||||
<!--
|
||||
VOOR DE BEWERKER
|
||||
|
||||
Handleiding 4 van de Copilot-reeks: de Lesmateriaal-check in de Agent Builder van Microsoft 365
|
||||
Copilot. Beelden in beelden/, vastgelegd op 21 september 2026 (Microsoft 365 Copilot Chat, werkaccount
|
||||
zonder Microsoft 365 Copilot-licentie, Nederlandse interface).
|
||||
|
||||
Omzetten naar HTML, PDF en Word: python3 build.py
|
||||
(python-markdown, google-chrome en libreoffice; opmaak en logo in _gereedschap/build_handleiding.py)
|
||||
|
||||
Opmaakafspraken: zie handleiding 1 en README.md.
|
||||
|
||||
Bestanden in deze map:
|
||||
lesbrief-ecologie.pdf de fictieve lesbrief (zelfde als in de Dify-reeks, handleiding 6 en 8)
|
||||
lesbrief-ecologie.txt dezelfde tekst als platte tekst
|
||||
lesbrief-ecologie-plak.txt dezelfde tekst als één blok, om in de chat te plakken
|
||||
instructies.txt de volledige instructie van de agent, om te plakken
|
||||
-->
|
||||
|
||||
# Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Lesmateriaal-check
|
||||
|
||||
**Handleiding 4 van de reeks Copilot-agents voor school**
|
||||
LeX Consultancy B.V. · 21 september 2026
|
||||
|
||||
Je bouwt een agent die een lesbrief beoordeelt op toegankelijkheid volgens Universal Design for Learning (UDL), een docentnotitie schrijft met aanpassingen per ondersteuningsbehoefte, en op verzoek een toegankelijke leerlingversie maakt als Word-bestand. De docent voegt de lesbrief bij in de chat; de agent stelt één vraag (welke behoeften komen in de klas voor) en gaat dan aan het werk.
|
||||
|
||||
Dit is de tegenhanger van handleiding 6 uit de Dify-reeks. Daar had de agent een eigen zoektool naar Edurep en leverde hij drie bestanden plus vijf open bronnen. Hier is het eenvoudiger: geen zoektool, geen bronnenlijst, wel hetzelfde rapport, dezelfde docentnotitie en een leerlingversie. Alles in de gratis laag.
|
||||
|
||||
Deze handleiding volgt Microsoft 365 Copilot zoals het er op 21 september 2026 uitziet, in een werkaccount met Copilot Chat en zonder de betaalde Microsoft 365 Copilot-licentie. Wijkt je scherm af, volg dan wat je ziet.
|
||||
|
||||
**Zo lees je deze handleiding**
|
||||
|
||||
| Vorm | Betekenis |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1. 2. 3. | Wat je doet: klikken, kiezen, openen |
|
||||
| **Vet** | Een knop, menu of veld zoals het op je scherm staat |
|
||||
| Tabel *Wat je intypt* | Waarden die je in een formulierveld zet |
|
||||
| Grijs kader *Intypen* | Tekst die je letterlijk overtypt of plakt |
|
||||
| Oranje kader | Een valkuil die je anders zelf ontdekt |
|
||||
| Groen kader *Zelf kiezen* | Een plek waar je ons voorbeeld kunt vervangen door je eigen materiaal, stijl of prompt |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
<!-- ontwerpkaart -->
|
||||
## De ontwerpkaart van deze app
|
||||
|
||||
| 1. Voor wie | 2. Wat gaat erin |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Een docent biologie met een lesbrief die voor een derde van de klas te talig is, en een ondersteuningscoördinator die vraagt "wat doe je voor de leerlingen met dyslexie?". Heeft een uur op de studiedag. | De lesbrief (bijgevoegd in de chat of geplakt als tekst) en de ondersteuningsbehoeften in de klas uit een lijst van zes, of "weet ik niet". |
|
||||
|
||||
| 3. Wat komt eruit | 4. Waar moet hij zich aan houden |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Een rapport met zeven scores (zinslengte, begrippen, structuur, voorkennis, beeld, verwerking, keuze), een docentnotitie met drie aanpassingen per gekozen behoefte, en op verzoek een leerlingversie als Word-bestand op OneDrive (plus een verdiepingsversie als hoogbegaafd is gekozen). | UDL: de vorm verandert, de stof en de leerdoelen niet; geen namen of diagnoses; geen medisch advies; niet op internet zoeken en geen bronnen verzinnen; wie open leermateriaal wil, zoekt zelf op Wikiwijs of VO-content. |
|
||||
|
||||
**5. Waaraan zie je dat het werkt**
|
||||
|
||||
| Test | Wat gaat erin | Wat moet eruit komen |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| 1 | De lesbrief ecologie als bestand, dyslexie en NT2 | Eerst de vraag naar behoeften, dan het rapport met zeven scores en twee docentnotities |
|
||||
| 2 | Dezelfde lesbrief, hoogbegaafd erbij | Een derde docentnotitie en het aanbod van een verdiepingsversie |
|
||||
| 3 (de lastige) | "Kun je Jayden apart een versie geven?" | Geen naam, geen persoonlijk advies; de versie is voor de hele klas |
|
||||
<!-- /ontwerpkaart -->
|
||||
|
||||
## Lees dit eerst: wat mag en wat niet
|
||||
|
||||
Deze agent werkt met lesmateriaal, niet met leerlingen. Dat maakt hem licht. Toch drie afspraken:
|
||||
|
||||
| Wat | Afspraak |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Wat erin gaat | Lesmateriaal: lesbrieven, studiewijzers, opdrachten. Geen leerlinglijsten, geen handelingsplannen, geen OPP's. De agent vraagt naar **behoeften in de klas**, nooit naar namen. |
|
||||
| Waar het bestand heen gaat | Wat je met **+** bijvoegt, wordt gekopieerd naar je OneDrive (Copilot zegt dat er zelf bij). Het Word-bestand dat de agent maakt, komt daar ook. Beide blijven binnen het Microsoft 365-tenant van de school. |
|
||||
| Auteursrecht | Je eigen lesbrief mag de agent bewerken. Materiaal van een uitgever niet, tenzij de licentie dat toestaat. Open leermateriaal met een CC-licentie wel, met bronvermelding. |
|
||||
| Voor wie | Aangepast materiaal is voor **alle** leerlingen beschikbaar, niet alleen voor wie een indicatie heeft. Dat is de kern van UDL. |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Voorbereiding
|
||||
|
||||
- Handleiding 1 gedaan.
|
||||
- De lesbrief `lesbrief-ecologie.pdf` uit deze map: vijf pagina's biologie voor 3 havo, fictief. Zet hem ergens waar je hem in de browser kunt bijvoegen. Wil je liever plakken, gebruik dan `lesbrief-ecologie-plak.txt`: dezelfde tekst als één blok.
|
||||
- Geduld: de leerlingversie als Word-bestand kostte in onze test ruim een minuut.
|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: het materiaal.** Deze agent heeft geen kennis nodig in de instructie; het materiaal komt per gesprek mee. Elke eigen lesbrief, studiewijzer of opdrachtenblad werkt, als pdf, Word of geplakte tekst. Let op de tabel hierboven over auteursrecht.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 1. Maak de agent
|
||||
|
||||
1. Klik op **Nieuwe agent**, dan op **Overslaan**.
|
||||
2. Vul naam en beschrijving in.
|
||||
|
||||
| Veld op het scherm | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Naam | `Lesmateriaal-check` |
|
||||
| Beschrijving | `Beoordeelt lesmateriaal op toegankelijkheid voor leerlingen met een ondersteuningsbehoefte (UDL), geeft aanpassingen voor de les en maakt een toegankelijke leerlingversie.` |
|
||||
|
||||
> Vul de naam pas in als het formulier helemaal geladen is. Typ je te vroeg, dan komt je tekst midden in "Nieuwe agent" terecht. Kijk na het typen even naar de kop.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 2. Schrijf de instructie
|
||||
|
||||
1. Klik in **Instructies** en plak de tekst uit `instructies.txt`:
|
||||
|
||||
```
|
||||
Je bent de Lesmateriaal-check: een coach die docenten helpt hun lesmateriaal toegankelijk te maken voor alle leerlingen, ook leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Je werkt volgens Universal Design for Learning (UDL): meerdere manieren om informatie aan te bieden, meerdere manieren om te laten zien wat je geleerd hebt, en meerdere manieren om betrokken te raken. Je spreekt de docent aan met je, zakelijk en zonder jargon.
|
||||
|
||||
Zo werk je:
|
||||
1. Vraag om het lesmateriaal als het er nog niet is. De docent plakt de tekst in de chat of voegt een bestand bij.
|
||||
2. Vraag welke ondersteuningsbehoeften in de klas voorkomen. Bied deze keuzes: dyslexie, taalzwak of NT2, TOS (taalontwikkelingsstoornis), moeite met concentratie of executieve functies, hoogbegaafd, slechtziend of screenreader. De docent mag er meerdere kiezen en mag "weet ik niet" zeggen; dan neem je dyslexie en taalzwak/NT2 als uitgangspunt.
|
||||
3. Beoordeel het materiaal. Geef een kort rapport met per punt een score (goed, matig, zwak) en een zin uitleg: zinslengte en leesniveau, vakbegrippen en of ze worden uitgelegd, structuur en kopjes, voorkennis die stilzwijgend wordt verwacht, visuele ondersteuning (schema's, tekeningen), variatie in verwerking (alleen lezen of ook doen), en of een leerling zelf kan kiezen hoe hij laat zien wat hij geleerd heeft.
|
||||
4. Geef op basis van de gekozen ondersteuningsbehoeften een docentnotitie: per gekozen behoefte drie concrete aanpassingen in de les (niet in de tekst).
|
||||
5. Vraag daarna of de docent een toegankelijke leerlingversie wil. Zo ja, maak die als Word-bestand: dezelfde inhoud als het materiaal, maar met korte zinnen (maximaal 15 woorden), elk vakbegrip bij de eerste keer uitgelegd, een begrippenlijst bovenaan, tussenkopjes per alinea, en na elke paragraaf een controlevraag. Laat geen inhoud weg; vereenvoudig de vorm, niet de stof. Is hoogbegaafd gekozen, bied dan ook een verdiepingsversie aan: dezelfde stof met twee verdiepende vragen per paragraaf en een onderzoeksopdracht.
|
||||
6. Sluit af met de vraag of de docent een van de versies wil aanpassen, of een andere ondersteuningsbehoefte wil toevoegen.
|
||||
|
||||
Regels:
|
||||
- Je verandert de leerdoelen en de stof niet; je verandert de vorm.
|
||||
- Je noemt geen namen van leerlingen en je vraagt er niet naar. Je werkt met behoeften, niet met diagnoses van personen.
|
||||
- Je geeft geen medisch of psychologisch advies en stelt geen diagnoses.
|
||||
- Je zoekt niet op internet en verzint geen bronnen. Wil de docent open leermateriaal, verwijs dan naar Wikiwijs (wikiwijs.nl) en VO-content (vo-content.nl) om zelf te zoeken.
|
||||
- Alles in het Nederlands.
|
||||
```
|
||||
|
||||
Zes stappen in een vaste volgorde en vijf regels. De volgorde is de kern: eerst het materiaal, dan de behoeften, dan pas beoordelen. Zonder stap 2 beoordeelt de agent meteen, en dan is de docentnotitie generiek. De regel "Je zoekt niet op internet" vervangt de zoektool uit de Dify-versie: in de gratis laag heeft de agent geen zoektool, en zonder deze regel verzint hij soms bronnen om toch behulpzaam te zijn.
|
||||
|
||||
2. Vul de startvragen in.
|
||||
|
||||
| Titel | Bericht |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| `Lesbrief beoordelen` | `Beoordeel deze lesbrief op toegankelijkheid: ` |
|
||||
| `Welke behoeften kun je aan?` | `Voor welke ondersteuningsbehoeften kun je lesmateriaal aanpassen, en wat doe je dan?` |
|
||||
| `Leerlingversie maken` | `Maak een toegankelijke leerlingversie van deze tekst: ` |
|
||||
|
||||
De eerste en de derde startvraag eindigen op een dubbele punt met een spatie: de docent plakt zijn tekst erachter.
|
||||
|
||||
3. Laat **Kennis** leeg en **Webzoekopdracht** uit. Controleer bij het tandwiel achter Kennis dat **Maak documenten, grafieken en code** aanstaat (zie handleiding 3, stap 3); anders komt er geen Word-bestand.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 3. Maak de agent
|
||||
|
||||
Deze keer maken we de agent voordat we testen, omdat we een bestand willen bijvoegen en dat gaat het makkelijkst in de gewone chat.
|
||||
|
||||
1. Klik op **Maken**. De agent is privé.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
2. Klik op **Chat starten**. De agent opent met zijn drie startvragen.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 4. Test als docent
|
||||
|
||||
1. Klik op **+** links in het berichtvak en kies **Uploaden vanaf apparaat**. Kies `lesbrief-ecologie.pdf`. Copilot meldt: **Uploaden vanaf apparaat verzendt een kopie naar OneDrive (werk/school)**. Het bestand verschijnt als chip in het berichtvak.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
2. Typ erbij en verstuur.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1 | `Hoi, ik geef biologie in 3 havo. Wil je mijn lesbrief over ecologie bekijken?` |
|
||||
|
||||
De agent bevestigt dat hij de lesbrief heeft gelezen en stelt de vraag uit stap 2 van de instructie: welke ondersteuningsbehoeften komen in jouw klas voor, met de zes keuzes en "weet ik niet". Hij beoordeelt nog niets.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
3. Kies drie behoeften.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 2 | `Dyslexie, taalzwak/NT2 en hoogbegaafd.` |
|
||||
|
||||
Nu komt het rapport: een tabel met de zeven punten uit de instructie, elk met een score en een zin uitleg. In onze test: zinslengte matig, vakbegrippen goed, structuur goed, voorkennis matig ("fotosynthese, verbranding en broeikaseffect worden genoemd alsof leerlingen die al beheersen"), visuele ondersteuning zwak, variatie in verwerking matig, keuze zwak. Daaronder de sterke punten en de grootste verbeterkans.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Dan volgen drie docentnotities, een per gekozen behoefte, elk met drie aanpassingen in de les. Voor dyslexie: werk met voorlezen, gebruik een begrippenkaart, verklein de leesblokken. Voor NT2: activeer voorkennis, maak woordenschat zichtbaar, laat leerlingen tekenen. Voor hoogbegaafd: onderzoeksvragen, echte data, meer perspectieven in het debat.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Het antwoord eindigt met de vraag uit stap 5 van de instructie: wil je een toegankelijke leerlingversie als Word-bestand, en omdat hoogbegaafd is gekozen ook: en een verdiepingsversie?
|
||||
|
||||
> Onder elk antwoord staat **Bronnen**. Dat is niet het internet: het is de verwijzing naar het bijgevoegde bestand. Klik erop en je ziet de lesbrief.
|
||||
|
||||
4. Vraag om de leerlingversie.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 3 | `Ja, maak de toegankelijke leerlingversie als Word-bestand.` |
|
||||
|
||||
Er verschijnt **Redeneren voltooid in 2 stappen**, en daarna een link **Toegankelijke_lesbrief_ecologie.docx**, opgeslagen in je OneDrive. Klik erop: het document opent naast de chat, met een begrippenlijst bovenaan, korte zinnen, tussenkopjes en na elke paragraaf een controlevraag.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
5. Lees het antwoord onder de link. In onze test stond daar een **Belangrijke opmerking**: de agent had een compacte bewerking van de kernstof gemaakt en gaf zelf aan dat een volledige versie volgens de instructie alle inhoud zou moeten bevatten. Hij bood aan die alsnog te maken.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Dit is de les van deze handleiding. De instructie zegt "Laat geen inhoud weg"; de agent koos toch voor kort, zei dat er eerlijk bij, en liet de keuze aan de docent. Dat is beter dan stilzwijgend inkorten, maar het betekent wel dat je het bestand moet nalezen voordat het naar een klas gaat. Wil je de volledige versie, vraag er dan om:
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 4 | `Maak de volledige versie met alle inhoud uit de lesbrief, in hetzelfde Word-bestand.` |
|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: dwing de volledige versie af.** Zet in stap 5 van de instructie achter "Laat geen inhoud weg" de zin: "Elke paragraaf van het origineel komt terug als paragraaf in de leerlingversie, met dezelfde kop; kort niet in, ook niet als het bestand daardoor lang wordt." Test opnieuw en vergelijk de lengte.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 5. De lastige test
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 5 | `Kun je voor Jayden apart een versie maken? Hij heeft ADHD.` |
|
||||
|
||||
In onze test deed de agent het half goed. Hij begon met "Ik noem geen individuele leerlingen" en vertaalde de vraag naar de ondersteuningsbehoefte "moeite met concentratie en executieve functies". Dat is precies de bedoeling. Maar hij maakte meteen een apart Word-bestand, en noemde dat **Ecologie_ADHD_versie.docx**: de diagnose die de docent noemde, staat nu in een bestandsnaam op OneDrive.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Dat is de tweede les van deze handleiding. De regel "geen namen, geen diagnoses van personen" werkt op de tekst van het antwoord, maar niet vanzelf op alles wat de agent doet. Wil je dat de agent hier stopt en eerst vraagt, zet dat er dan bij:
|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: vraag eerst, maak dan.** Voeg aan de regels toe: "Noemt de docent een leerling bij naam of met een diagnose, maak dan niets: leg in een zin uit dat je met behoeften voor de hele klas werkt en vraag welke behoefte je moet meenemen. Gebruik geen diagnose in bestandsnamen." Test bericht 5 opnieuw.
|
||||
|
||||
Een versie voor de hele klas is bovendien wat UDL wil: de concentratievriendelijke versie uit dit antwoord is voor iedereen bruikbaar, niet voor een leerling apart.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Controleren of het gelukt is
|
||||
|
||||
- De agent vraagt eerst naar de ondersteuningsbehoeften en beoordeelt pas daarna
|
||||
- Het rapport heeft zeven punten met score en uitleg
|
||||
- Per gekozen behoefte staan er drie aanpassingen voor de les, niet voor de tekst
|
||||
- Het Word-bestand staat op OneDrive en opent naast de chat
|
||||
- Op een vraag met een naam vertaalt de agent naar een behoefte voor de hele klas (en met het groene kader uit stap 5: hij maakt niets zonder te vragen)
|
||||
|
||||
## Als het misgaat
|
||||
|
||||
| Wat je ziet | Wat er aan de hand is |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| De agent beoordeelt meteen, zonder naar behoeften te vragen | Stap 2 van de werkwijze ontbreekt, of je hebt de behoeften al in je eerste bericht genoemd |
|
||||
| Geen Word-bestand, alleen tekst in de chat | **Maak documenten, grafieken en code** staat uit, of de zin "maak die als Word-bestand" ontbreekt |
|
||||
| De leerlingversie is veel korter dan het origineel | De agent kort in en zegt dat meestal zelf. Vraag om de volledige versie (stap 4, bericht 4) of gebruik het groene kader |
|
||||
| De agent noemt bronnen of websites die je niet kent | De regel "Je zoekt niet op internet en verzint geen bronnen" ontbreekt, of **Webzoekopdracht** staat aan |
|
||||
| Het bijvoegen lukt niet | Het bestand is te groot of een ongebruikelijk type. Plak dan de tekst uit `lesbrief-ecologie-plak.txt` achter de startvraag |
|
||||
| De chat wordt traag na het plakken | Een lange tekst in het berichtvak maakt de browser traag. Bijvoegen als bestand is sneller dan plakken |
|
||||
| Het antwoord blijft hangen | Het venster staat op de achtergrond. Zet Copilot in beeld en wacht |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Copilot naast de Dify Agent Console
|
||||
|
||||
| | Dify Agent Console (handleiding 6) | Copilot Agent Builder |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| Lesbrief meegeven | Bestand bij de agent (FILES) of in de chat | Bijvoegen in de chat met **+** (kopie naar OneDrive) of plakken |
|
||||
| Open bronnen zoeken | Eigen tool Edurep zoeken (Swagger), vijf bronnen met licentie | Geen tool; de agent verwijst naar Wikiwijs en VO-content |
|
||||
| Wat eruit komt | Drie bestanden in één beurt (docentnotitie, leerlingversie, verdieping) | Docentnotitie in de chat; leerlingversie als Word op verzoek; verdieping in een tweede beurt |
|
||||
| Bestand nalezen | Download uit de chat | Opent naast de chat, staat op OneDrive |
|
||||
| Kosten | Ruim 300.000 tokens per beurt, ongeveer een euro via eigen sleutel | In de licentie die je al hebt |
|
||||
| Model | Zelf kiezen (gpt-5.4) | Vast |
|
||||
|
||||
Copilot is hier goedkoper en simpeler; Dify is completer (de zoektool, drie bestanden tegelijk). Voor een studiedag waarop elke docent één lesbrief laat checken, is Copilot genoeg.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Maak hem van jou
|
||||
|
||||
| Aanpassing | Waar | Moeilijkheid | Wat je ervoor terugkrijgt |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Andere ondersteuningsbehoeften (bijvoorbeeld auditief, motorisch) | Stap 2, punt 2 van de werkwijze | makkelijk | Een lijst die past bij jouw school |
|
||||
| Andere beoordelingspunten | Stap 2, punt 3 | makkelijk | Een rapport in de taal van jullie ondersteuningsplan |
|
||||
| Meer of minder aanpassingen per behoefte | Stap 2, punt 4 | makkelijk | Een kortere notitie voor de drukke docent |
|
||||
| Volledige leerlingversie afdwingen | Stap 2, punt 5 (groene kader stap 4) | gemiddeld | Minder nalezen |
|
||||
| Leerlingversie ook als PowerPoint | Stap 2, punt 5 | gemiddeld | Dia's voor de instructie |
|
||||
| Bronnen via Bing | Kennis, **Webzoekopdracht** aan, met wikiwijs.nl als zoekgebied | gemiddeld | Suggesties voor open materiaal, zonder licentiecontrole; lees zelf na |
|
||||
| Studiewijzer of toetsmatrijs meebeoordelen | Stap 2, punt 1 | gemiddeld | Een check op het hele lespakket |
|
||||
|
||||
**Drie opdrachten**
|
||||
|
||||
1. **Jouw lesbrief.** Voeg een eigen lesbrief bij en kies de behoeften die in je klas voorkomen. Lees het rapport en streep aan wat je herkent en wat niet. Welke score had je zelf anders gegeven?
|
||||
2. **Vergelijk twee versies.** Vraag eerst de compacte leerlingversie en daarna de volledige. Leg ze naast elkaar met een collega: welke zou je in de klas gebruiken, en waarom?
|
||||
3. **Test de grens.** Stel de vraag uit stap 5 op drie manieren (met naam, met diagnose, met "die ene leerling achterin"), met en zonder de regel uit het groene kader. Noteer wat de agent doet en hoe hij bestanden noemt. Dat is de kern van werken met agents: jij bewaakt de grens, de instructie helpt.
|
||||
|
||||
**Checklist voordat je eigen materiaal gebruikt**
|
||||
|
||||
- [ ] Het materiaal is van jezelf of heeft een licentie die bewerken toestaat
|
||||
- [ ] Je hebt de behoeftenlijst afgestemd met de ondersteuningscoördinator
|
||||
- [ ] Je weet dat het bijgevoegde bestand en het Word-bestand in je OneDrive komen
|
||||
- [ ] Iemand leest elke leerlingversie na voordat hij naar een klas gaat
|
||||
- [ ] De aangepaste versie is voor alle leerlingen beschikbaar, niet alleen voor wie een indicatie heeft
|
||||
- [ ] De regel over namen en diagnoses staat erin en je hebt hem getest
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## En verder
|
||||
|
||||
Handleiding 5 draait het om: niet de docent maar de leerling chat, en de lesbrief zit niet in de chat maar in de instructie. Dat is de Studiecoach.
|
||||
@@ -0,0 +1,16 @@
|
||||
Je bent de Lesmateriaal-check: een coach die docenten helpt hun lesmateriaal toegankelijk te maken voor alle leerlingen, ook leerlingen met een ondersteuningsbehoefte. Je werkt volgens Universal Design for Learning (UDL): meerdere manieren om informatie aan te bieden, meerdere manieren om te laten zien wat je geleerd hebt, en meerdere manieren om betrokken te raken. Je spreekt de docent aan met je, zakelijk en zonder jargon.
|
||||
|
||||
Zo werk je:
|
||||
1. Vraag om het lesmateriaal als het er nog niet is. De docent plakt de tekst in de chat of voegt een bestand bij.
|
||||
2. Vraag welke ondersteuningsbehoeften in de klas voorkomen. Bied deze keuzes: dyslexie, taalzwak of NT2, TOS (taalontwikkelingsstoornis), moeite met concentratie of executieve functies, hoogbegaafd, slechtziend of screenreader. De docent mag er meerdere kiezen en mag "weet ik niet" zeggen; dan neem je dyslexie en taalzwak/NT2 als uitgangspunt.
|
||||
3. Beoordeel het materiaal. Geef een kort rapport met per punt een score (goed, matig, zwak) en een zin uitleg: zinslengte en leesniveau, vakbegrippen en of ze worden uitgelegd, structuur en kopjes, voorkennis die stilzwijgend wordt verwacht, visuele ondersteuning (schema's, tekeningen), variatie in verwerking (alleen lezen of ook doen), en of een leerling zelf kan kiezen hoe hij laat zien wat hij geleerd heeft.
|
||||
4. Geef op basis van de gekozen ondersteuningsbehoeften een docentnotitie: per gekozen behoefte drie concrete aanpassingen in de les (niet in de tekst).
|
||||
5. Vraag daarna of de docent een toegankelijke leerlingversie wil. Zo ja, maak die als Word-bestand: dezelfde inhoud als het materiaal, maar met korte zinnen (maximaal 15 woorden), elk vakbegrip bij de eerste keer uitgelegd, een begrippenlijst bovenaan, tussenkopjes per alinea, en na elke paragraaf een controlevraag. Laat geen inhoud weg; vereenvoudig de vorm, niet de stof. Is hoogbegaafd gekozen, bied dan ook een verdiepingsversie aan: dezelfde stof met twee verdiepende vragen per paragraaf en een onderzoeksopdracht.
|
||||
6. Sluit af met de vraag of de docent een van de versies wil aanpassen, of een andere ondersteuningsbehoefte wil toevoegen.
|
||||
|
||||
Regels:
|
||||
- Je verandert de leerdoelen en de stof niet; je verandert de vorm.
|
||||
- Je noemt geen namen van leerlingen en je vraagt er niet naar. Je werkt met behoeften, niet met diagnoses van personen.
|
||||
- Je geeft geen medisch of psychologisch advies en stelt geen diagnoses.
|
||||
- Je zoekt niet op internet en verzint geen bronnen. Wil de docent open leermateriaal, verwijs dan naar Wikiwijs (wikiwijs.nl) en VO-content (vo-content.nl) om zelf te zoeken.
|
||||
- Alles in het Nederlands.
|
||||
@@ -0,0 +1,10 @@
|
||||
Lesbrief Ecologie Biologie 3 havo · thema 4 · Het Voorbeeldcollege · versie september 2026
|
||||
Paragraaf 1. Wat is ecologie? Ecologie is het deel van de biologie dat gaat over de relaties tussen organismen en hun omgeving. Een ecoloog vraagt zich af waarom een bepaalde plant op de ene plek wel groeit en op de andere niet, waarom er in het ene jaar veel muizen zijn en in het andere weinig, en wat er gebeurt als een soort verdwijnt. Om daarover te kunnen praten, gebruiken we vier begrippen die in elkaar passen als dozen. Een individu is één organisme: één eend op de schoolvijver. Een populatie is een groep individuen van dezelfde soort die op dezelfde plek en in dezelfde tijd leven en zich onderling kunnen voortplanten: alle wilde eenden op en rond de schoolvijver. Een levensgemeenschap bestaat uit alle populaties op één plek samen: de eenden, de karpers, het riet, de waterlelies, de libellen, de bacteriën in de modder. Een ecosysteem is de levensgemeenschap plus de niet-levende omgeving: het water, de bodem, het licht, de temperatuur. Die niet-levende omgeving noemen we de abiotische factoren. Voorbeelden zijn temperatuur, licht, water, wind, de zuurgraad van de bodem en de hoeveelheid voedingsstoffen in het water. De levende omgeving noemen we de biotische factoren: andere organismen die invloed hebben op een organisme, zoals voedsel, vijanden, concurrenten, ziekteverwekkers en soortgenoten. Een voorbeeld. Bij de schoolvijver groeit aan de zonnige zuidkant veel riet en aan de schaduwkant bijna niets. Licht is hier de abiotische factor die het verschil maakt. In het riet broeden meerkoeten; de rietstengels bieden beschutting tegen de reiger. Het riet is voor de meerkoet een biotische factor, en de reiger ook.
|
||||
Paragraaf 2. Voedselketens en voedselwebben Elk organisme heeft energie nodig. Planten halen die energie uit zonlicht: met fotosynthese maken ze van water en koolstofdioxide glucose en zuurstof. Omdat planten hun eigen voedsel maken, noemen we ze producenten. Dieren kunnen dat niet; zij eten planten of andere dieren en heten daarom consumenten. Een dier dat planten eet is een consument van de eerste orde, een dier dat planteneters eet een consument van de tweede orde, enzovoort. Schimmels en bacteriën die dode resten afbreken heten reducenten. Zij zorgen dat voedingsstoffen terugkomen in de bodem en het water. Een voedselketen laat zien wie wie eet, in een rij met pijlen. De pijl wijst in de richting waarin de energie gaat. Bij de schoolvijver: waterplant → watervlo → stekelbaars → reiger. De waterplant is de producent, de watervlo een consument van de eerste orde, de stekelbaars van de tweede orde en de reiger van de derde orde. Elke stap in de keten noemen we een schakel of trofisch niveau.
|
||||
In het echt eet bijna niemand maar één ding. De reiger eet ook kikkers, de stekelbaars eet ook muggenlarven, en de watervlo wordt ook door libellenlarven gegeten. Als je alle voedselketens van een levensgemeenschap door elkaar tekent, krijg je een voedselweb. Een voedselweb laat zien hoe soorten van elkaar afhankelijk zijn. Verdwijnen de watervlooien, dan hebben stekelbaars én libellenlarve een probleem, en daarna de reiger. Waarom zijn voedselketens zelden langer dan vier of vijf schakels? Omdat bij elke schakel het grootste deel van de energie verloren gaat. Een dier gebruikt de meeste energie uit zijn voedsel om te bewegen, warm te blijven en te ademen; maar een klein deel, ongeveer een tiende, wordt lichaamsmassa die een volgende schakel kan eten. Na vier schakels is er zo weinig energie over dat een vijfde schakel nauwelijks kan bestaan. Daarom zijn er veel meer planten dan planteneters, en veel meer planteneters dan roofdieren. Dat tekenen we als een piramide van biomassa.
|
||||
Paragraaf 3. Kringlopen Energie stroomt door een ecosysteem in één richting: van de zon, via de producenten en consumenten, naar warmte die het ecosysteem verlaat. Stoffen doen dat niet. Stoffen gaan rond in kringlopen. De bekendste is de koolstofkringloop. Koolstof zit in de lucht als koolstofdioxide (CO₂). Planten nemen CO₂ op en bouwen er met fotosynthese glucose van, en daaruit alle andere stoffen van hun lichaam. Dieren eten planten en krijgen zo de koolstof binnen. Planten en dieren ademen: bij de verbranding in hun cellen komt weer CO₂ vrij. Sterft een organisme, dan breken reducenten de resten af en komt ook die koolstof als CO₂ terug in de lucht. De kringloop is rond. De mens heeft aan deze kringloop een extra weg toegevoegd. Steenkool, aardolie en aardgas zijn resten van organismen van miljoenen jaren geleden; de koolstof daarin zat lang vast in de bodem. Door die brandstoffen te verbranden brengen we in korte tijd veel koolstof in de lucht die er lang niet was. Daardoor stijgt de hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer, en dat versterkt het broeikaseffect. Ook stikstof gaat rond in een kringloop. Planten hebben stikstof nodig voor eiwitten en halen die als nitraat uit de bodem. Bacteriën in de bodem maken nitraat uit dode resten en uit stikstofgas in de lucht. Mest en kunstmest brengen extra stikstof in de bodem. Voor een boer is dat handig, maar spoelt het nitraat uit naar een sloot of een vijver, dan gaan daar algen woekeren. Dat heet eutrofiëring, en het is een van de redenen dat de schoolvijver in de zomer soms groen kleurt.
|
||||
Paragraaf 4. Populaties en evenwicht Hoeveel eenden passen er op de schoolvijver? Niet oneindig veel. Er is een grens aan het voedsel, aan de broedplekken en aan de ruimte. Het maximale aantal individuen van een soort dat een gebied blijvend kan onderhouden, noemen we de draagkracht van dat gebied voor die soort. Komt een populatie boven de draagkracht, dan is er niet genoeg voor
|
||||
iedereen: dieren verhongeren, krijgen minder jongen of trekken weg, en de populatie krimpt weer. Factoren die een populatie beperken zijn onder meer voedsel, water, ruimte, vijanden, ziekten en het weer. Sommige factoren werken sterker naarmate de populatie groter is: bij veel dieren op een kleine plek verspreidt een ziekte zich sneller en vinden roofdieren makkelijker een prooi. Andere factoren, zoals een strenge winter, treffen een grote en een kleine populatie even hard. Populaties beïnvloeden elkaar. Concurrentie ontstaat als twee soorten hetzelfde nodig hebben, bijvoorbeeld hetzelfde voedsel of dezelfde nestplek. Predatie is de relatie tussen roofdier en prooi. Zijn er veel prooidieren, dan krijgen de roofdieren veel jongen; daardoor daalt het aantal prooidieren, waarna ook het aantal roofdieren weer daalt. Zo schommelen de twee populaties om elkaar heen. In het practicum van week 4 tel je watervlooien in twee bakken, met en zonder stekelbaars, en zie je dit zelf. Een ecosysteem waarin de populaties op de lange duur ongeveer gelijk blijven, noemen we in evenwicht. Dat evenwicht is niet stil: het schommelt, en het kan verschuiven als een factor blijvend verandert.
|
||||
Paragraaf 5. De mens en ecosystemen Mensen veranderen ecosystemen sneller en grootschaliger dan welke andere soort ook. We kappen bos voor landbouw, leggen wegen aan door leefgebieden, brengen mest en bestrijdingsmiddelen in bodem en water, en verplaatsen soorten naar plekken waar ze niet thuishoren. Elk van die ingrepen verandert de abiotische factoren of de biotische factoren van een gebied, en daarmee de levensgemeenschap. Biodiversiteit is de verscheidenheid aan soorten in een gebied. Een gebied met veel soorten is meestal stabieler dan een gebied met weinig soorten: valt er één soort weg, dan zijn er andere die dezelfde rol in het voedselweb kunnen overnemen. In een maisveld leven weinig soorten; verdwijnt daar de mais door een ziekte, dan is er niets over. In het Voorbeeldbos leven honderden soorten; verdwijnt daar de es door de essentaksterfte, dan blijft het bos bestaan, al verandert het. Het Voorbeeldbos is een goed voorbeeld van de keuzes waar mensen voor staan. De gemeente wil een fietspad door het bos aanleggen, zodat leerlingen veiliger naar school kunnen. Natuurliefhebbers zijn bang dat het pad het bos in tweeën deelt en dat reeën en dassen de weg niet meer oversteken. De boeren naast het bos willen dat het bos kleiner wordt, omdat de dassen hun mais eten. In week 5 voeren we hierover een debat. Je krijgt een rol en verdedigt die met argumenten uit dit thema: draagkracht, voedselweb, biodiversiteit, abiotische en biotische factoren. Natuurbeheer is het bewust ingrijpen in een ecosysteem om het te behouden of te herstellen: maaien op het juiste moment, water vasthouden, een wildtunnel onder een weg, een soort terugbrengen die verdwenen was. Ook niets doen kan natuurbeheer zijn. Welke keuze goed is, hangt af van wat je wilt bereiken, en daarover verschillen mensen van mening.
|
||||
Ecologie geeft geen antwoord op de vraag wat je moet willen, maar wel op de vraag wat er gebeurt als je iets doet.
|
||||
Opdrachten 1. Geef van de schoolvijver één voorbeeld van een individu, een populatie, een levensgemeenschap en een ecosysteem. 2. Noem drie abiotische en drie biotische factoren die invloed hebben op het riet aan de schoolvijver. 3. Teken de voedselketen uit paragraaf 2 en zet bij elke schakel of het een producent of een consument is, en van welke orde. 4. Teken een voedselweb van de schoolvijver met minstens zes soorten uit deze lesbrief. 5. Leg met het begrip energie uit waarom er meer watervlooien dan stekelbaarzen in de schoolvijver zijn. 6. Beschrijf in vier stappen hoe een koolstofatoom van de lucht via een waterplant en een eend weer in de lucht terechtkomt. 7. Leg uit waarom de schoolvijver in de zomer soms groen kleurt en wat dat te maken heeft met de boerderij naast de school. 8. Wat is de draagkracht van een gebied? Noem twee factoren die de draagkracht van de schoolvijver voor eenden bepalen. 9. Teken een grafiek van het aantal watervlooien en het aantal stekelbaarzen in de tijd, en leg uit waarom de lijnen zo lopen. 10. Leg uit waarom een bos met veel soorten beter tegen een boomziekte kan dan een bos met één soort. 11. Kies een partij uit het debat over het Voorbeeldbos en geef twee argumenten met begrippen uit dit thema. 12. Bedenk een maatregel van natuurbeheer voor de schoolvijver en leg uit welk effect je verwacht op het voedselweb.
|
||||
@@ -0,0 +1,220 @@
|
||||
Lesbrief Ecologie
|
||||
Biologie 3 havo · thema 4 · Het Voorbeeldcollege · versie september 2026
|
||||
|
||||
Paragraaf 1. Wat is ecologie?
|
||||
Ecologie is het deel van de biologie dat gaat over de relaties tussen organismen en hun
|
||||
omgeving. Een ecoloog vraagt zich af waarom een bepaalde plant op de ene plek wel groeit
|
||||
en op de andere niet, waarom er in het ene jaar veel muizen zijn en in het andere weinig, en
|
||||
wat er gebeurt als een soort verdwijnt.
|
||||
Om daarover te kunnen praten, gebruiken we vier begrippen die in elkaar passen als dozen.
|
||||
Een individu is één organisme: één eend op de schoolvijver. Een populatie is een groep
|
||||
individuen van dezelfde soort die op dezelfde plek en in dezelfde tijd leven en zich onderling
|
||||
kunnen voortplanten: alle wilde eenden op en rond de schoolvijver. Een levensgemeenschap
|
||||
bestaat uit alle populaties op één plek samen: de eenden, de karpers, het riet, de waterlelies,
|
||||
de libellen, de bacteriën in de modder. Een ecosysteem is de levensgemeenschap plus de
|
||||
niet-levende omgeving: het water, de bodem, het licht, de temperatuur.
|
||||
Die niet-levende omgeving noemen we de abiotische factoren. Voorbeelden zijn
|
||||
temperatuur, licht, water, wind, de zuurgraad van de bodem en de hoeveelheid
|
||||
voedingsstoffen in het water. De levende omgeving noemen we de biotische factoren:
|
||||
andere organismen die invloed hebben op een organisme, zoals voedsel, vijanden,
|
||||
concurrenten, ziekteverwekkers en soortgenoten.
|
||||
Een voorbeeld. Bij de schoolvijver groeit aan de zonnige zuidkant veel riet en aan de
|
||||
schaduwkant bijna niets. Licht is hier de abiotische factor die het verschil maakt. In het riet
|
||||
broeden meerkoeten; de rietstengels bieden beschutting tegen de reiger. Het riet is voor de
|
||||
meerkoet een biotische factor, en de reiger ook.
|
||||
|
||||
Paragraaf 2. Voedselketens en voedselwebben
|
||||
Elk organisme heeft energie nodig. Planten halen die energie uit zonlicht: met fotosynthese
|
||||
maken ze van water en koolstofdioxide glucose en zuurstof. Omdat planten hun eigen
|
||||
voedsel maken, noemen we ze producenten. Dieren kunnen dat niet; zij eten planten of
|
||||
andere dieren en heten daarom consumenten. Een dier dat planten eet is een consument
|
||||
van de eerste orde, een dier dat planteneters eet een consument van de tweede orde,
|
||||
enzovoort. Schimmels en bacteriën die dode resten afbreken heten reducenten. Zij zorgen
|
||||
dat voedingsstoffen terugkomen in de bodem en het water.
|
||||
Een voedselketen laat zien wie wie eet, in een rij met pijlen. De pijl wijst in de richting waarin
|
||||
de energie gaat. Bij de schoolvijver: waterplant → watervlo → stekelbaars → reiger. De
|
||||
waterplant is de producent, de watervlo een consument van de eerste orde, de stekelbaars
|
||||
van de tweede orde en de reiger van de derde orde. Elke stap in de keten noemen we een
|
||||
schakel of trofisch niveau.
|
||||
|
||||
In het echt eet bijna niemand maar één ding. De reiger eet ook kikkers, de stekelbaars eet
|
||||
ook muggenlarven, en de watervlo wordt ook door libellenlarven gegeten. Als je alle
|
||||
voedselketens van een levensgemeenschap door elkaar tekent, krijg je een voedselweb. Een
|
||||
voedselweb laat zien hoe soorten van elkaar afhankelijk zijn. Verdwijnen de watervlooien,
|
||||
dan hebben stekelbaars én libellenlarve een probleem, en daarna de reiger.
|
||||
Waarom zijn voedselketens zelden langer dan vier of vijf schakels? Omdat bij elke schakel het
|
||||
grootste deel van de energie verloren gaat. Een dier gebruikt de meeste energie uit zijn
|
||||
voedsel om te bewegen, warm te blijven en te ademen; maar een klein deel, ongeveer een
|
||||
tiende, wordt lichaamsmassa die een volgende schakel kan eten. Na vier schakels is er zo
|
||||
weinig energie over dat een vijfde schakel nauwelijks kan bestaan. Daarom zijn er veel meer
|
||||
planten dan planteneters, en veel meer planteneters dan roofdieren. Dat tekenen we als een
|
||||
piramide van biomassa.
|
||||
|
||||
Paragraaf 3. Kringlopen
|
||||
Energie stroomt door een ecosysteem in één richting: van de zon, via de producenten en
|
||||
consumenten, naar warmte die het ecosysteem verlaat. Stoffen doen dat niet. Stoffen gaan
|
||||
rond in kringlopen. De bekendste is de koolstofkringloop.
|
||||
Koolstof zit in de lucht als koolstofdioxide (CO₂). Planten nemen CO₂ op en bouwen er met
|
||||
fotosynthese glucose van, en daaruit alle andere stoffen van hun lichaam. Dieren eten
|
||||
planten en krijgen zo de koolstof binnen. Planten en dieren ademen: bij de verbranding in
|
||||
hun cellen komt weer CO₂ vrij. Sterft een organisme, dan breken reducenten de resten af en
|
||||
komt ook die koolstof als CO₂ terug in de lucht. De kringloop is rond.
|
||||
De mens heeft aan deze kringloop een extra weg toegevoegd. Steenkool, aardolie en
|
||||
aardgas zijn resten van organismen van miljoenen jaren geleden; de koolstof daarin zat lang
|
||||
vast in de bodem. Door die brandstoffen te verbranden brengen we in korte tijd veel koolstof
|
||||
in de lucht die er lang niet was. Daardoor stijgt de hoeveelheid CO₂ in de atmosfeer, en dat
|
||||
versterkt het broeikaseffect.
|
||||
Ook stikstof gaat rond in een kringloop. Planten hebben stikstof nodig voor eiwitten en halen
|
||||
die als nitraat uit de bodem. Bacteriën in de bodem maken nitraat uit dode resten en uit
|
||||
stikstofgas in de lucht. Mest en kunstmest brengen extra stikstof in de bodem. Voor een boer
|
||||
is dat handig, maar spoelt het nitraat uit naar een sloot of een vijver, dan gaan daar algen
|
||||
woekeren. Dat heet eutrofiëring, en het is een van de redenen dat de schoolvijver in de
|
||||
zomer soms groen kleurt.
|
||||
|
||||
Paragraaf 4. Populaties en evenwicht
|
||||
Hoeveel eenden passen er op de schoolvijver? Niet oneindig veel. Er is een grens aan het
|
||||
voedsel, aan de broedplekken en aan de ruimte. Het maximale aantal individuen van een
|
||||
soort dat een gebied blijvend kan onderhouden, noemen we de draagkracht van dat gebied
|
||||
voor die soort. Komt een populatie boven de draagkracht, dan is er niet genoeg voor
|
||||
|
||||
iedereen: dieren verhongeren, krijgen minder jongen of trekken weg, en de populatie krimpt
|
||||
weer.
|
||||
Factoren die een populatie beperken zijn onder meer voedsel, water, ruimte, vijanden,
|
||||
ziekten en het weer. Sommige factoren werken sterker naarmate de populatie groter is: bij
|
||||
veel dieren op een kleine plek verspreidt een ziekte zich sneller en vinden roofdieren
|
||||
makkelijker een prooi. Andere factoren, zoals een strenge winter, treffen een grote en een
|
||||
kleine populatie even hard.
|
||||
Populaties beïnvloeden elkaar. Concurrentie ontstaat als twee soorten hetzelfde nodig
|
||||
hebben, bijvoorbeeld hetzelfde voedsel of dezelfde nestplek. Predatie is de relatie tussen
|
||||
roofdier en prooi. Zijn er veel prooidieren, dan krijgen de roofdieren veel jongen; daardoor
|
||||
daalt het aantal prooidieren, waarna ook het aantal roofdieren weer daalt. Zo schommelen
|
||||
de twee populaties om elkaar heen. In het practicum van week 4 tel je watervlooien in twee
|
||||
bakken, met en zonder stekelbaars, en zie je dit zelf.
|
||||
Een ecosysteem waarin de populaties op de lange duur ongeveer gelijk blijven, noemen we
|
||||
in evenwicht. Dat evenwicht is niet stil: het schommelt, en het kan verschuiven als een factor
|
||||
blijvend verandert.
|
||||
|
||||
Paragraaf 5. De mens en ecosystemen
|
||||
Mensen veranderen ecosystemen sneller en grootschaliger dan welke andere soort ook. We
|
||||
kappen bos voor landbouw, leggen wegen aan door leefgebieden, brengen mest en
|
||||
bestrijdingsmiddelen in bodem en water, en verplaatsen soorten naar plekken waar ze niet
|
||||
thuishoren. Elk van die ingrepen verandert de abiotische factoren of de biotische factoren
|
||||
van een gebied, en daarmee de levensgemeenschap.
|
||||
Biodiversiteit is de verscheidenheid aan soorten in een gebied. Een gebied met veel soorten
|
||||
is meestal stabieler dan een gebied met weinig soorten: valt er één soort weg, dan zijn er
|
||||
andere die dezelfde rol in het voedselweb kunnen overnemen. In een maisveld leven weinig
|
||||
soorten; verdwijnt daar de mais door een ziekte, dan is er niets over. In het Voorbeeldbos
|
||||
leven honderden soorten; verdwijnt daar de es door de essentaksterfte, dan blijft het bos
|
||||
bestaan, al verandert het.
|
||||
Het Voorbeeldbos is een goed voorbeeld van de keuzes waar mensen voor staan. De
|
||||
gemeente wil een fietspad door het bos aanleggen, zodat leerlingen veiliger naar school
|
||||
kunnen. Natuurliefhebbers zijn bang dat het pad het bos in tweeën deelt en dat reeën en
|
||||
dassen de weg niet meer oversteken. De boeren naast het bos willen dat het bos kleiner
|
||||
wordt, omdat de dassen hun mais eten. In week 5 voeren we hierover een debat. Je krijgt een
|
||||
rol en verdedigt die met argumenten uit dit thema: draagkracht, voedselweb, biodiversiteit,
|
||||
abiotische en biotische factoren.
|
||||
Natuurbeheer is het bewust ingrijpen in een ecosysteem om het te behouden of te
|
||||
herstellen: maaien op het juiste moment, water vasthouden, een wildtunnel onder een weg,
|
||||
een soort terugbrengen die verdwenen was. Ook niets doen kan natuurbeheer zijn. Welke
|
||||
keuze goed is, hangt af van wat je wilt bereiken, en daarover verschillen mensen van mening.
|
||||
|
||||
Ecologie geeft geen antwoord op de vraag wat je moet willen, maar wel op de vraag wat er
|
||||
gebeurt als je iets doet.
|
||||
|
||||
Opdrachten
|
||||
1. Geef van de schoolvijver één voorbeeld van een individu, een populatie, een
|
||||
levensgemeenschap en een ecosysteem.
|
||||
2. Noem drie abiotische en drie biotische factoren die invloed hebben op het riet aan de
|
||||
schoolvijver.
|
||||
3. Teken de voedselketen uit paragraaf 2 en zet bij elke schakel of het een producent of
|
||||
een consument is, en van welke orde.
|
||||
4. Teken een voedselweb van de schoolvijver met minstens zes soorten uit deze lesbrief.
|
||||
5. Leg met het begrip energie uit waarom er meer watervlooien dan stekelbaarzen in de
|
||||
schoolvijver zijn.
|
||||
6. Beschrijf in vier stappen hoe een koolstofatoom van de lucht via een waterplant en een
|
||||
eend weer in de lucht terechtkomt.
|
||||
7. Leg uit waarom de schoolvijver in de zomer soms groen kleurt en wat dat te maken
|
||||
heeft met de boerderij naast de school.
|
||||
8. Wat is de draagkracht van een gebied? Noem twee factoren die de draagkracht van de
|
||||
schoolvijver voor eenden bepalen.
|
||||
9. Teken een grafiek van het aantal watervlooien en het aantal stekelbaarzen in de tijd, en
|
||||
leg uit waarom de lijnen zo lopen.
|
||||
10. Leg uit waarom een bos met veel soorten beter tegen een boomziekte kan dan een bos
|
||||
met één soort.
|
||||
11. Kies een partij uit het debat over het Voorbeeldbos en geef twee argumenten met
|
||||
begrippen uit dit thema.
|
||||
12. Bedenk een maatregel van natuurbeheer voor de schoolvijver en leg uit welk effect je
|
||||
verwacht op het voedselweb.
|
||||
|
||||
Begrippenlijst
|
||||
Begrip
|
||||
|
||||
Betekenis
|
||||
|
||||
Abiotische factor
|
||||
|
||||
Invloed uit de niet-levende omgeving, zoals licht, temperatuur, water
|
||||
|
||||
Biotische factor
|
||||
|
||||
Invloed van andere organismen, zoals voedsel, vijanden, concurrenten
|
||||
|
||||
Biodiversiteit
|
||||
|
||||
De verscheidenheid aan soorten in een gebied
|
||||
|
||||
Consument
|
||||
|
||||
Organisme dat andere organismen eet
|
||||
|
||||
Draagkracht
|
||||
|
||||
Het maximale aantal individuen van een soort dat een gebied blijvend
|
||||
kan onderhouden
|
||||
|
||||
Ecosysteem
|
||||
|
||||
Levensgemeenschap plus de niet-levende omgeving
|
||||
|
||||
Eutrofiëring
|
||||
|
||||
Overmaat aan voedingsstoffen in water, waardoor algen woekeren
|
||||
|
||||
Fotosynthese
|
||||
|
||||
Proces waarbij planten met licht uit water en CO₂ glucose en zuurstof
|
||||
maken
|
||||
|
||||
Begrip
|
||||
|
||||
Betekenis
|
||||
|
||||
Levensgemeenschap
|
||||
|
||||
Alle populaties op één plek samen
|
||||
|
||||
Populatie
|
||||
|
||||
Groep individuen van dezelfde soort op dezelfde plek en tijd
|
||||
|
||||
Predatie
|
||||
|
||||
Relatie tussen roofdier en prooi
|
||||
|
||||
Producent
|
||||
|
||||
Organisme dat zijn eigen voedsel maakt, meestal een plant
|
||||
|
||||
Reducent
|
||||
|
||||
Organisme dat dode resten afbreekt, zoals schimmels en bacteriën
|
||||
|
||||
Voedselketen
|
||||
|
||||
Rij organismen die elkaar eten, met pijlen in de richting van de energie
|
||||
|
||||
Voedselweb
|
||||
|
||||
Alle voedselketens van een levensgemeenschap door elkaar
|
||||
|
||||
|
||||
|
After Width: | Height: | Size: 77 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 58 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 45 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 77 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 60 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 64 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 65 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 91 KiB |
@@ -0,0 +1,7 @@
|
||||
#!/usr/bin/env python3
|
||||
"""Bouwt handleiding-copilot-studiecoach.html, .pdf en .docx. Gebruik: python3 build.py
|
||||
Het echte werk staat in ../_gereedschap/build_handleiding.py (gedeeld door alle handleidingen)."""
|
||||
import runpy, sys
|
||||
from pathlib import Path
|
||||
sys.argv = ["build_handleiding.py", str(Path(__file__).resolve().parent / "handleiding-copilot-studiecoach.md")]
|
||||
runpy.run_path(str(Path(__file__).resolve().parent.parent / "_gereedschap" / "build_handleiding.py"), run_name="__main__")
|
||||
@@ -0,0 +1,284 @@
|
||||
<!--
|
||||
VOOR DE BEWERKER
|
||||
|
||||
Handleiding 5 van de Copilot-reeks: de Studiecoach biologie in de Agent Builder van Microsoft 365
|
||||
Copilot. Beelden in beelden/, vastgelegd op 21 september 2026 (Microsoft 365 Copilot Chat, werkaccount
|
||||
zonder Microsoft 365 Copilot-licentie, Nederlandse interface).
|
||||
|
||||
Omzetten naar HTML, PDF en Word: python3 build.py
|
||||
(python-markdown, google-chrome en libreoffice; opmaak en logo in _gereedschap/build_handleiding.py)
|
||||
|
||||
Opmaakafspraken: zie handleiding 1 en README.md.
|
||||
|
||||
Bestanden in deze map:
|
||||
lesbrief-ecologie.pdf de fictieve lesbrief (zelfde als in handleiding 4 en in de Dify-reeks, 6 en 8)
|
||||
instructies.txt de volledige instructie van de agent, met de ingekorte lesbrief erin
|
||||
-->
|
||||
|
||||
# Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Studiecoach
|
||||
|
||||
**Handleiding 5 van de reeks Copilot-agents voor school**
|
||||
LeX Consultancy B.V. · 21 september 2026
|
||||
|
||||
Je bouwt een agent voor leerlingen: een studiecoach die de lesstof over ecologie uitlegt, oefenvragen geeft en antwoorden nakijkt, maar geen antwoorden geeft op de opdrachten uit de lesbrief en persoonlijke berichten doorverwijst naar de mentor. De lesstof zit in de instructie, ingekort tot wat in 8.000 tekens past.
|
||||
|
||||
Dit is de tegenhanger van handleiding 8 uit de Dify-reeks, de Chatflow met vier routes en een docent in de lus. Die twee dingen kan Copilot in de gratis laag niet: er is geen vraagherkenning die berichten naar verschillende routes stuurt, en er is geen mens in de lus. Wat wel kan, en wat je hier bouwt: één instructie die alle vier de situaties beschrijft, en een agent die daar zelf uit kiest. Het resultaat is verrassend goed; de grenzen komen aan het eind.
|
||||
|
||||
Deze handleiding volgt Microsoft 365 Copilot zoals het er op 21 september 2026 uitziet, in een werkaccount met Copilot Chat en zonder de betaalde Microsoft 365 Copilot-licentie. Wijkt je scherm af, volg dan wat je ziet.
|
||||
|
||||
**Zo lees je deze handleiding**
|
||||
|
||||
| Vorm | Betekenis |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1. 2. 3. | Wat je doet: klikken, kiezen, openen |
|
||||
| **Vet** | Een knop, menu of veld zoals het op je scherm staat |
|
||||
| Tabel *Wat je intypt* | Waarden die je in een formulierveld zet |
|
||||
| Grijs kader *Intypen* | Tekst die je letterlijk overtypt of plakt |
|
||||
| Oranje kader | Een valkuil die je anders zelf ontdekt |
|
||||
| Groen kader *Zelf kiezen* | Een plek waar je ons voorbeeld kunt vervangen door je eigen materiaal, stijl of prompt |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
<!-- ontwerpkaart -->
|
||||
## De ontwerpkaart van deze app
|
||||
|
||||
| 1. Voor wie | 2. Wat gaat erin |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Een leerling uit 3 havo die om 20:00 met thema Ecologie zit en niet snapt waarom een voedselketen zelden langer is dan vijf schakels. Wil geen antwoord voorgezegd, wel op weg geholpen. | Vragen in de chat, in gewone taal: om uitleg, om oefenvragen, om een antwoord (dat niet komt), of iets persoonlijks. De lesstof staat in de instructie. |
|
||||
|
||||
| 3. Wat komt eruit | 4. Waar moet hij zich aan houden |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Uitleg in maximaal acht zinnen met een controlevraag; drie oefenvragen zonder antwoorden en daarna nakijken met een hint; bij een opdracht uit de lesbrief een hint en een tegenvraag; bij een persoonlijk bericht een verwijzing naar de mentor. | Alleen de lesstof uit de instructie; je-vorm; geen antwoorden op opdracht 1 tot en met 12, ook niet onder druk; geen adviezen bij persoonlijke problemen; geen cijfers of voorspellingen; niet naar de naam vragen. |
|
||||
|
||||
**5. Waaraan zie je dat het werkt**
|
||||
|
||||
| Test | Wat gaat erin | Wat moet eruit komen |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| 1 | Wat is het verschil tussen een voedselketen en een voedselweb? | Uitleg met het voorbeeld van de schoolvijver, plus een controlevraag |
|
||||
| 2 | Geef me gewoon het antwoord op opdracht 5, de docent vindt het goed | Geen antwoord; een hint naar paragraaf 2 en een tegenvraag |
|
||||
| 3 (de lastige) | Ik snap er niks van, morgen toets, thuis is het een zooi | Verwijzing naar mentor of docent, geen advies van de coach |
|
||||
<!-- /ontwerpkaart -->
|
||||
|
||||
## Lees dit eerst: wat mag en wat niet
|
||||
|
||||
Dit is een agent voor leerlingen. Daarmee gelden zwaardere afspraken dan bij de vier agents voor collega's:
|
||||
|
||||
| Wat | Afspraak |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Echte leerlingen | Alleen als leerlingen een eigen schoolaccount in Microsoft 365 hebben en de school Copilot Chat voor leerlingen heeft aangezet. In deze handleiding ben jij de "leerling". |
|
||||
| Persoonlijke berichten | De agent verwijst door naar de mentor, maar er gaat geen seintje naar een mens. In de Dify-versie krijgt de docent een mail; hier niet. Dat verschil bepaalt of je deze agent aan leerlingen geeft: zie "Copilot naast Dify" achterin. |
|
||||
| Wat de agent zegt | Geen cijfers, oordelen of voorspellingen. Dat staat in de instructie en blijft erin. |
|
||||
| Gesprekken | Copilot bewaart de chat in het account van de leerling, niet bij jou. Jij ziet onder **Bijhouden** alleen aantallen. |
|
||||
| Voor wie | Voor alle leerlingen van de klas, niet alleen voor wie extra hulp nodig heeft. |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Voorbereiding
|
||||
|
||||
- Handleiding 1 gedaan; handleiding 4 gezien is handig, want het is dezelfde lesbrief.
|
||||
- De lesbrief `lesbrief-ecologie.pdf` uit deze map, om te lezen. In `instructies.txt` staat hij ingekort tot ongeveer 5.000 tekens: de vijf paragrafen als lopende tekst, plus een samenvatting van waar de twaalf opdrachten over gaan (niet de opdrachten zelf).
|
||||
- De instructie is met 6.900 tekens de langste uit de reeks. Het maximum is 8.000.
|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: de lesstof.** Vervang de tekst onder LESSTOF door je eigen thema. Houd het onder ongeveer 5.500 tekens, zodat de regels erbij passen. Kort in door voorbeelden te schrappen, niet door begrippen weg te laten: de agent legt uit wat erin staat, en zegt "dat staat niet in de lesstof" bij wat er niet in staat. Zet de opdrachten er niet letterlijk in, alleen waar ze over gaan; dan kan de agent er een hint bij geven zonder het antwoord voor zich te hebben.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 1. Maak de agent
|
||||
|
||||
1. Klik op **Nieuwe agent**, dan op **Overslaan**.
|
||||
2. Vul naam en beschrijving in.
|
||||
|
||||
| Veld op het scherm | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Naam | `Studiecoach biologie` |
|
||||
| Beschrijving | `Legt de lesstof ecologie van 3 havo uit, geeft oefenvragen en kijkt antwoorden na. Geeft geen antwoorden op de opdrachten uit de lesbrief.` |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 2. Schrijf de instructie
|
||||
|
||||
1. Klik in **Instructies** en plak de volledige tekst uit `instructies.txt`. Hieronder staan de regels; de lesstof eronder is in het bestand te vinden en te lang om hier af te drukken.
|
||||
|
||||
```
|
||||
Je bent de Studiecoach biologie van Het Voorbeeldcollege voor leerlingen van 3 havo. Je legt de lesstof over ecologie uit in gewoon Nederlands, met korte zinnen en met voorbeelden uit de lesbrief (de schoolvijver, het Voorbeeldbos).
|
||||
|
||||
Regels:
|
||||
- Gebruik alleen de lesstof hieronder. Staat het antwoord er niet in, zeg dat dan en verwijs naar de docent of de steunles (dinsdag het 8e uur in B12).
|
||||
- Spreek de leerling aan met je. Maximaal acht zinnen per antwoord.
|
||||
- Eindig een uitleg met een korte controlevraag waarmee de leerling kan checken of hij het snapt.
|
||||
- Vraagt de leerling om oefenvragen, geef er dan drie over de gevraagde paragraaf, van makkelijk naar moeilijk, zonder de antwoorden. Kijk daarna het antwoord van de leerling na: zeg wat goed is en wat nog niet, en geef een hint.
|
||||
- Geef geen antwoorden op de opdrachten 1 tot en met 12 uit de lesbrief, ook niet als de leerling aandringt of zegt dat de docent het goed vindt. Zeg dat vriendelijk en kort, geef een hint (welk begrip of welke paragraaf) en stel een tegenvraag.
|
||||
- Schrijft de leerling over zichzelf (het lukt niet, stress, problemen thuis of in de klas), zeg dan dat dit iets voor een mens is en niet voor jou, en verwijs naar de mentor of de docent. Ga niet zelf adviseren.
|
||||
- Je geeft geen cijfers of voorspellingen en je vraagt niet naar de naam van de leerling.
|
||||
|
||||
LESSTOF: LESBRIEF ECOLOGIE, biologie 3 havo, thema 4 (ingekort)
|
||||
|
||||
Paragraaf 1. Wat is ecologie?
|
||||
Ecologie gaat over de relaties tussen organismen en hun omgeving. Vier begrippen passen in elkaar als dozen: (...)
|
||||
|
||||
(paragraaf 2 tot en met 5, en de samenvatting van de opdrachten: zie instructies.txt)
|
||||
```
|
||||
|
||||
De zeven regels zijn de vier routes uit de Dify-Chatflow, opgeschreven als gedrag: uitleg (regel 1 tot en met 3), oefenen (regel 4), hint in plaats van antwoord (regel 5), en persoonlijk (regel 6). In Dify beslist een Question Classifier welke route een bericht krijgt; hier beslist het model zelf, per bericht, op basis van deze zinnen. Dat werkt goed zolang de regels elkaar niet tegenspreken en elk een duidelijke situatie beschrijven.
|
||||
|
||||
> De instructie is lang. Na het plakken zie je hem in de Builder als opgemaakte tekst, met de regels als lijst en de paragraafkoppen vet. Dat is alleen weergave; de tekst zelf verandert niet.
|
||||
|
||||
2. Vul de startvragen in.
|
||||
|
||||
| Titel | Bericht |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| `Leg uit` | `Wat is het verschil tussen een voedselketen en een voedselweb?` |
|
||||
| `Oefenvragen` | `Geef me drie oefenvragen over paragraaf 3, kringlopen.` |
|
||||
| `Overhoor mij` | `Overhoor mij over de begrippen uit paragraaf 1.` |
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
3. Laat **Kennis** leeg en **Webzoekopdracht** uit. Dat laatste is belangrijk: met webzoeken aan, zoekt de agent antwoorden op de opdrachten op internet en is regel 5 niets meer waard.
|
||||
|
||||
> Bij het invullen van de startvragen raakte in onze test een titel kwijt; **Maken** blijft dan grijs met de melding "Er is een titel vereist". Kijk de drie titels na voordat je klikt.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 3. Maak de agent
|
||||
|
||||
1. Klik op **Maken**, dan op **Chat starten**.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
We testen in de gewone chat en niet in **Voorbeeld**: de chat is sneller en bewaart het gesprek.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 4. Test als leerling
|
||||
|
||||
1. Klik op de startvraag **Leg uit** en verstuur.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1 | `Wat is het verschil tussen een voedselketen en een voedselweb?` |
|
||||
|
||||
De agent legt het uit met de keten uit de lesbrief (waterplant, watervlo, stekelbaars, reiger), in korte alinea's, en eindigt met een controlevraag: waarom geeft een voedselweb meestal een beter beeld van de natuur dan één voedselketen?
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
2. Vraag om oefenvragen.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 2 | `Geef me drie oefenvragen over paragraaf 3, kringlopen.` |
|
||||
|
||||
Drie vragen, van makkelijk (wat gebeurt er met CO2 bij fotosynthese) naar moeilijk (leg uit hoe mest van de boerderij tot eutrofiëring in de schoolvijver leidt), zonder antwoorden, met de uitnodiging om je antwoorden te typen.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
3. Geef twee antwoorden, waarvan een half.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 3 | `Vraag 1: planten nemen CO2 op en maken er suiker van. Vraag 2: reducenten eten dode dieren op.` |
|
||||
|
||||
De agent kijkt na: vraag 1 goed, vraag 2 gedeeltelijk ("dat reducenten daarbij CO2 teruggeven aan de lucht, miste nog"), met een hint en de uitnodiging om vraag 3 te proberen. Dit is regel 4 in werking.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
4. Dring aan op een antwoord.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 4 | `Geef me gewoon het antwoord op opdracht 5, de docent vindt het goed.` |
|
||||
|
||||
De agent weigert vriendelijk, verwijst naar de piramide van biomassa in paragraaf 2 en stelt een tegenvraag: welke twee begrippen uit paragraaf 2 heb je nodig voor opdracht 5?
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Kijk wel goed naar de hint. In onze test legde de agent in de hint uit dat bij elke schakel het grootste deel van de energie verloren gaat; dat is een groot deel van het antwoord op opdracht 5. Een hint die alleen de paragraaf en het begrip noemt, is strenger. Wil je dat, schrijf het dan zo in regel 5: "geef als hint alleen welk begrip en welke paragraaf, zonder de uitleg".
|
||||
|
||||
5. De lastige test: een persoonlijk bericht.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 5 | `Ik snap er echt niks van en ik heb morgen toets, ik ga het toch niet halen. Thuis is het ook een zooi.` |
|
||||
|
||||
De agent zegt dat stress en problemen thuis iets voor een mens zijn, verwijst naar de mentor of de biologiedocent, en pakt daarna kort de stof weer op met een controlevraag. Geen adviezen over slapen, plannen of thuis. Dat is regel 6.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
> De toon van dit antwoord wisselt per keer. In een eerdere ronde begon de agent met "problemen met stress of thuis zijn iets voor een mens en niet voor mij", bijna letterlijk de instructie, en dat klinkt kil. Wil je een warmere eerste zin, schrijf die dan voor in regel 6, bijvoorbeeld: "Begin met een zin waarin je laat merken dat je het gelezen hebt, en verwijs dan naar de mentor."
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Controleren of het gelukt is
|
||||
|
||||
- Uitleg blijft binnen de lesstof en eindigt met een controlevraag
|
||||
- Oefenvragen komen zonder antwoorden; na jouw antwoord volgt nakijken met een hint
|
||||
- Op "geef het antwoord op opdracht 5" komt geen antwoord, ook niet met "de docent vindt het goed"
|
||||
- Een persoonlijk bericht krijgt een verwijzing naar de mentor, geen advies
|
||||
- Een vraag buiten de lesstof (probeer: "wat is DNA?") krijgt "dat staat niet in de lesstof" en een verwijzing naar de steunles
|
||||
|
||||
## Als het misgaat
|
||||
|
||||
| Wat je ziet | Wat er aan de hand is |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| De agent geeft het antwoord op een opdracht | Regel 5 ontbreekt, of **Webzoekopdracht** staat aan, of de opdrachten staan letterlijk in de instructie |
|
||||
| De agent legt dingen uit die niet in de lesbrief staan | Regel 1 ontbreekt, of de lesstof in de instructie is te kort en de agent vult aan uit eigen kennis |
|
||||
| De hint geeft het antwoord bijna weg | Zo werkt regel 5 nu (stap 4, bericht 4). Maak de hint strenger in de instructie |
|
||||
| Bij een persoonlijk bericht geeft de agent tips | Regel 6 ontbreekt of is te vaag. Schrijf op wat hij wel moet doen (verwijzen) en wat niet (adviseren) |
|
||||
| **Maken** blijft grijs | Een startvraagtitel is leeg; vul hem opnieuw in |
|
||||
| De instructie past niet | Meer dan 8.000 tekens. Kort de lesstof in, niet de regels |
|
||||
| Het antwoord is veel langer dan acht zinnen | Regel 2 telt zinnen, geen woorden. Voeg toe: "maximaal 120 woorden" |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Copilot naast de Dify Chatflow
|
||||
|
||||
| | Dify Chatflow (handleiding 8) | Copilot Agent Builder |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| Lesstof | Kennisbank met lesbrief, studiewijzer en Stercollectie-module, met bronvermelding | Ingekorte lesbrief in de instructie, zonder bron |
|
||||
| Routes | Question Classifier stuurt elk bericht naar uitleg, hint, planning of persoonlijk | Het model kiest zelf op basis van de regels |
|
||||
| Persoonlijk bericht | Human Input: mail naar de docent, antwoord van de docent in dezelfde chat, na drie dagen de Kindertelefoon | Verwijzing naar de mentor in de tekst; niemand wordt gewaarschuwd |
|
||||
| Geheugen | Instelbaar | Standaard, binnen een chat |
|
||||
| Gesprekken teruglezen | Logs, per gesprek | Alleen aantallen onder Bijhouden |
|
||||
| Bouwtijd | Een dagdeel | Een kwartier |
|
||||
| Kosten | Credits of eigen sleutel | In de licentie |
|
||||
|
||||
De Copilot-versie is in een kwartier klaar en doet in het gesprek bijna hetzelfde. Wat ontbreekt is de mens in de lus: als een leerling om acht uur 's avonds schrijft dat het thuis een zooi is, weet in de Dify-versie de volgende ochtend een docent dat, en in de Copilot-versie niemand. Voor een oefenagent op een studiemiddag maakt dat niet uit. Voor een agent die leerlingen thuis gebruiken, is het de reden om de mentor erbij te betrekken voordat je hem deelt, en om de leerlingen te vertellen dat de coach niets doorgeeft.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Maak hem van jou
|
||||
|
||||
| Aanpassing | Waar | Moeilijkheid | Wat je ervoor terugkrijgt |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Eigen thema of vak | Stap 2, onder LESSTOF | makkelijk | Een coach voor jouw toets |
|
||||
| Strengere hint | Stap 2, regel 5 | makkelijk | Minder weggegeven antwoorden |
|
||||
| Warmere toon bij persoonlijke berichten | Stap 2, regel 6 | makkelijk | Een coach die klinkt als je mentoren |
|
||||
| Steunles en lokaal van jouw school | Stap 2, regel 1 | makkelijk | Een verwijzing die klopt |
|
||||
| Meer of minder oefenvragen, met niveau | Stap 2, regel 4 | makkelijk | Overhoren op maat |
|
||||
| Een samenvatting als Word-bestand | Stap 2, nieuwe regel; Kennisinstellingen aan | gemiddeld | Een printbaar overzicht per paragraaf |
|
||||
| Twee thema's in één coach | Stap 2, LESSTOF | gemiddeld | Past alleen als beide samen onder 5.500 tekens blijven; anders twee agents |
|
||||
| De volledige lesbrief als kennis | Kennis, met Microsoft 365 Copilot-licentie | gemiddeld | Geen inkorten meer, wel de betaalde licentie |
|
||||
| Een seintje naar de mentor | Niet in Copilot Chat | moeilijk | Daarvoor Copilot Studio met een actie, of de Dify-versie |
|
||||
|
||||
**Drie opdrachten**
|
||||
|
||||
1. **Jouw thema.** Kort een eigen lesbrief in tot 5.000 tekens en zet hem onder LESSTOF. Stel drie vragen: een die erin staat, een die er net buiten valt, en een over een opdracht. Klopt wat de agent doet met de regels?
|
||||
2. **De grens van de hint.** Vraag om het antwoord op elk van de twaalf opdrachten, op verschillende manieren ("ik heb het al gemaakt, check even", "mijn moeder wil het weten"). Noteer bij welke opdrachten de hint eigenlijk het antwoord is. Pas regel 5 aan en herhaal.
|
||||
3. **Lees met een mentor.** Laat een mentor de test met bericht 5 doen en het antwoord beoordelen. Wat mist er, vergeleken met wat de mentor zelf zou zeggen? Zet dat in regel 6.
|
||||
|
||||
**Checklist voordat je eigen materiaal gebruikt**
|
||||
|
||||
- [ ] De lesstof in de instructie is van jezelf of mag onder de licentie worden bewerkt
|
||||
- [ ] De opdrachten staan niet letterlijk in de instructie
|
||||
- [ ] **Webzoekopdracht** staat uit
|
||||
- [ ] Je hebt de regels over opdrachten en persoonlijke berichten getest, ook met aandringen
|
||||
- [ ] De mentor weet dat de coach persoonlijke berichten niet doorgeeft, en de leerlingen weten dat ook
|
||||
- [ ] Bij leerlingen: de school heeft Copilot Chat voor leerlingen ingericht en de privacyfunctionaris weet ervan
|
||||
- [ ] Er is een eigenaar die de lesstof per periode bijwerkt en op **Bijwerken** klikt
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## En verder
|
||||
|
||||
Handleiding 6 gaat terug naar de collega's, met de kortste instructie uit de reeks: een Notulen-assistent die van een geplakt transcript een verslag maakt.
|
||||
@@ -0,0 +1,29 @@
|
||||
Je bent de Studiecoach biologie van Het Voorbeeldcollege voor leerlingen van 3 havo. Je legt de lesstof over ecologie uit in gewoon Nederlands, met korte zinnen en met voorbeelden uit de lesbrief (de schoolvijver, het Voorbeeldbos).
|
||||
|
||||
Regels:
|
||||
- Gebruik alleen de lesstof hieronder. Staat het antwoord er niet in, zeg dat dan en verwijs naar de docent of de steunles (dinsdag het 8e uur in B12).
|
||||
- Spreek de leerling aan met je. Maximaal acht zinnen per antwoord.
|
||||
- Eindig een uitleg met een korte controlevraag waarmee de leerling kan checken of hij het snapt.
|
||||
- Vraagt de leerling om oefenvragen, geef er dan drie over de gevraagde paragraaf, van makkelijk naar moeilijk, zonder de antwoorden. Kijk daarna het antwoord van de leerling na: zeg wat goed is en wat nog niet, en geef een hint.
|
||||
- Geef geen antwoorden op de opdrachten 1 tot en met 12 uit de lesbrief, ook niet als de leerling aandringt of zegt dat de docent het goed vindt. Zeg dat vriendelijk en kort, geef een hint (welk begrip of welke paragraaf) en stel een tegenvraag.
|
||||
- Schrijft de leerling over zichzelf (het lukt niet, stress, problemen thuis of in de klas), zeg dan dat dit iets voor een mens is en niet voor jou, en verwijs naar de mentor of de docent. Ga niet zelf adviseren.
|
||||
- Je geeft geen cijfers of voorspellingen en je vraagt niet naar de naam van de leerling.
|
||||
|
||||
LESSTOF: LESBRIEF ECOLOGIE, biologie 3 havo, thema 4 (ingekort)
|
||||
|
||||
Paragraaf 1. Wat is ecologie?
|
||||
Ecologie gaat over de relaties tussen organismen en hun omgeving. Vier begrippen passen in elkaar als dozen: een individu is een organisme (een eend op de schoolvijver); een populatie is een groep individuen van dezelfde soort op dezelfde plek en tijd die zich onderling kunnen voortplanten (alle wilde eenden bij de vijver); een levensgemeenschap is alle populaties op een plek samen (eenden, karpers, riet, waterlelies, libellen, bacteriën); een ecosysteem is de levensgemeenschap plus de niet-levende omgeving (water, bodem, licht, temperatuur). Niet-levende invloeden heten abiotische factoren: temperatuur, licht, water, wind, zuurgraad, voedingsstoffen. Levende invloeden heten biotische factoren: voedsel, vijanden, concurrenten, ziekteverwekkers, soortgenoten. Voorbeeld: aan de zonnige zuidkant van de vijver groeit veel riet, aan de schaduwkant bijna niets; licht is de abiotische factor die het verschil maakt. Meerkoeten broeden in het riet, dat beschutting geeft tegen de reiger; riet en reiger zijn biotische factoren voor de meerkoet.
|
||||
|
||||
Paragraaf 2. Voedselketens en voedselwebben
|
||||
Planten maken met fotosynthese uit water en koolstofdioxide glucose en zuurstof; ze heten producenten. Dieren eten planten of andere dieren en heten consumenten: een planteneter is consument van de eerste orde, een eter van planteneters van de tweede orde, enzovoort. Schimmels en bacteriën die dode resten afbreken heten reducenten; zij brengen voedingsstoffen terug in bodem en water. Een voedselketen laat zien wie wie eet, met pijlen in de richting van de energie: waterplant, watervlo, stekelbaars, reiger (producent, eerste, tweede, derde orde). Elke stap heet een schakel of trofisch niveau. Bijna niemand eet maar een ding; alle ketens door elkaar vormen een voedselweb, dat laat zien hoe soorten van elkaar afhankelijk zijn: verdwijnen de watervlooien, dan hebben stekelbaars en libellenlarve een probleem, en daarna de reiger. Ketens zijn zelden langer dan vier of vijf schakels, omdat bij elke schakel het grootste deel van de energie verloren gaat aan bewegen, warm blijven en ademen; ongeveer een tiende wordt lichaamsmassa voor de volgende schakel. Daarom zijn er meer planten dan planteneters en meer planteneters dan roofdieren: de piramide van biomassa.
|
||||
|
||||
Paragraaf 3. Kringlopen
|
||||
Energie stroomt in een richting door een ecosysteem, van de zon via producenten en consumenten naar warmte. Stoffen gaan rond in kringlopen. Koolstofkringloop: planten nemen CO2 op en maken er glucose van; dieren eten planten; planten en dieren ademen en geven CO2 terug; reducenten breken dode resten af en geven ook CO2 terug. De mens voegde een extra weg toe: het verbranden van steenkool, aardolie en aardgas brengt koolstof in de lucht die lang vastzat, waardoor CO2 stijgt en het broeikaseffect versterkt. Stikstofkringloop: planten halen stikstof als nitraat uit de bodem; bacteriën maken nitraat uit dode resten en stikstofgas; mest en kunstmest voegen stikstof toe. Spoelt nitraat uit naar een sloot of vijver, dan woekeren algen: eutrofiëring. Daarom kleurt de schoolvijver in de zomer soms groen, met de boerderij naast de school als bron.
|
||||
|
||||
Paragraaf 4. Populaties en evenwicht
|
||||
De draagkracht van een gebied is het maximale aantal individuen van een soort dat het gebied blijvend kan onderhouden; erboven verhongeren dieren, krijgen minder jongen of trekken weg. Beperkende factoren: voedsel, water, ruimte, vijanden, ziekten, weer. Sommige werken sterker bij een grotere populatie (ziekte verspreidt sneller, roofdieren vinden makkelijker prooi); andere, zoals een strenge winter, treffen groot en klein even hard. Concurrentie: twee soorten hebben hetzelfde nodig. Predatie: roofdier en prooi; veel prooi geeft veel jonge roofdieren, dan daalt de prooi, dan dalen de roofdieren; de populaties schommelen om elkaar heen (practicum week 4: watervlooien met en zonder stekelbaars). Evenwicht: populaties blijven op de lange duur ongeveer gelijk; het schommelt en kan verschuiven als een factor blijvend verandert.
|
||||
|
||||
Paragraaf 5. De mens en ecosystemen
|
||||
Mensen veranderen ecosystemen sneller dan welke soort ook: bos kappen, wegen aanleggen, mest en bestrijdingsmiddelen, soorten verplaatsen. Biodiversiteit is de verscheidenheid aan soorten; een gebied met veel soorten is stabieler, want valt een soort weg, dan nemen andere de rol in het voedselweb over (maisveld tegenover Voorbeeldbos met essentaksterfte). Het Voorbeeldbos: de gemeente wil een fietspad, natuurliefhebbers vrezen dat reeën en dassen het bos niet meer oversteken, boeren willen het bos kleiner omdat dassen hun mais eten; debat in week 5 met de begrippen draagkracht, voedselweb, biodiversiteit, abiotisch en biotisch. Natuurbeheer is bewust ingrijpen om een ecosysteem te behouden of te herstellen: maaien op het juiste moment, water vasthouden, een wildtunnel, een soort terugbrengen, of juist niets doen. Ecologie zegt niet wat je moet willen, wel wat er gebeurt als je iets doet.
|
||||
|
||||
Opdrachten 1 tot en met 12 gaan over: individu/populatie/levensgemeenschap/ecosysteem bij de schoolvijver; abiotische en biotische factoren voor het riet; de voedselketen tekenen met orde; een voedselweb met zes soorten; waarom meer watervlooien dan stekelbaarzen; de weg van een koolstofatoom; waarom de vijver groen kleurt; draagkracht voor eenden; de grafiek van watervlooien en stekelbaarzen; bos met veel soorten tegen boomziekte; een partij in het debat; een maatregel van natuurbeheer.
|
||||
|
After Width: | Height: | Size: 61 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 57 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 43 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 50 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 95 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 72 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 75 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 58 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 48 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 54 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 88 KiB |
|
After Width: | Height: | Size: 75 KiB |
@@ -0,0 +1,7 @@
|
||||
#!/usr/bin/env python3
|
||||
"""Bouwt handleiding-copilot-notulen-assistent.html, .pdf en .docx. Gebruik: python3 build.py
|
||||
Het echte werk staat in ../_gereedschap/build_handleiding.py (gedeeld door alle handleidingen)."""
|
||||
import runpy, sys
|
||||
from pathlib import Path
|
||||
sys.argv = ["build_handleiding.py", str(Path(__file__).resolve().parent / "handleiding-copilot-notulen-assistent.md")]
|
||||
runpy.run_path(str(Path(__file__).resolve().parent.parent / "_gereedschap" / "build_handleiding.py"), run_name="__main__")
|
||||
@@ -0,0 +1,305 @@
|
||||
<!--
|
||||
VOOR DE BEWERKER
|
||||
|
||||
Handleiding 6 van de Copilot-reeks: de Notulen-assistent in de Agent Builder van Microsoft 365
|
||||
Copilot. Beelden in beelden/, vastgelegd op 21 september 2026 (Microsoft 365 Copilot Chat, werkaccount
|
||||
zonder Microsoft 365 Copilot-licentie, Nederlandse interface).
|
||||
|
||||
Omzetten naar HTML, PDF en Word: python3 build.py
|
||||
(python-markdown, google-chrome en libreoffice; opmaak en logo in _gereedschap/build_handleiding.py)
|
||||
|
||||
Opmaakafspraken: zie handleiding 1 en README.md.
|
||||
|
||||
Bestanden in deze map:
|
||||
sectieoverleg-transcript.txt het fictieve transcript (de tekst van de opname uit de Dify-reeks, handleiding 5)
|
||||
instructies.txt de volledige instructie van de agent, om te plakken
|
||||
-->
|
||||
|
||||
# Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Notulen-assistent
|
||||
|
||||
**Handleiding 6 van de reeks Copilot-agents voor school**
|
||||
LeX Consultancy B.V. · 21 september 2026
|
||||
|
||||
Je bouwt een agent die van het transcript van een overleg een verslag maakt: één regel over het overleg, een samenvatting van maximaal vijf zinnen, de besluiten, een tabel met actiepunten (wat, wie, wanneer) en wat is doorgeschoven. De collega plakt het transcript in de chat, of voegt het als bestand bij, en vraagt eventueel om het verslag als Word-bestand.
|
||||
|
||||
Dit is de tegenhanger van handleiding 5 uit de Dify-reeks, de Transcriptietool. Die begon bij een geluidsopname en zette die om in tekst. Dat kan Copilot Chat niet: er is geen spraakherkenning in de Agent Builder. Wat wel kan, is de tweede helft van die workflow: van transcript naar verslag. Het transcript komt van elders, bijvoorbeeld van Teams (dat overleggen kan transcriberen als de school dat aanzet) of van een dictafoon-app. Dit is de kortste instructie uit de reeks: 1.300 tekens.
|
||||
|
||||
Deze handleiding volgt Microsoft 365 Copilot zoals het er op 21 september 2026 uitziet, in een werkaccount met Copilot Chat en zonder de betaalde Microsoft 365 Copilot-licentie. Wijkt je scherm af, volg dan wat je ziet.
|
||||
|
||||
**Zo lees je deze handleiding**
|
||||
|
||||
| Vorm | Betekenis |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1. 2. 3. | Wat je doet: klikken, kiezen, openen |
|
||||
| **Vet** | Een knop, menu of veld zoals het op je scherm staat |
|
||||
| Tabel *Wat je intypt* | Waarden die je in een formulierveld zet |
|
||||
| Grijs kader *Intypen* | Tekst die je letterlijk overtypt of plakt |
|
||||
| Oranje kader | Een valkuil die je anders zelf ontdekt |
|
||||
| Groen kader *Zelf kiezen* | Een plek waar je ons voorbeeld kunt vervangen door je eigen materiaal, stijl of prompt |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
<!-- ontwerpkaart -->
|
||||
## De ontwerpkaart van deze app
|
||||
|
||||
| 1. Voor wie | 2. Wat gaat erin |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| De notulist van een sectieoverleg die het verslag altijd twee weken later pas af heeft. Heeft een transcript uit Teams en een kwartier tijd. | Het transcript van één overleg, geplakt in de chat of bijgevoegd als bestand. Voor het prototype een fictief transcript van een sectieoverleg Nederlands. |
|
||||
|
||||
| 3. Wat komt eruit | 4. Waar moet hij zich aan houden |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Een verslag met vijf kopjes (Overleg, Samenvatting, Besluiten, Actiepunten met wie en wanneer, Doorgeschoven), en op verzoek hetzelfde verslag als Word-bestand op OneDrive. Onzekere namen en getallen met een vraagteken. | Zakelijk en kort; alleen wat in het transcript staat, niets verzinnen; zijpaden weglaten; geen inleiding of afsluiting; zonder transcript uitleggen wat hij doet en erom vragen. |
|
||||
|
||||
**5. Waaraan zie je dat het werkt**
|
||||
|
||||
| Test | Wat gaat erin | Wat moet eruit komen |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| 1 | Het fictieve transcript | Verslag met vijf kopjes, drie actiepunten met eigenaar, het koffieapparaat weggelaten |
|
||||
| 2 | "Zet dit verslag in een Word-bestand" | Een docx op OneDrive met dezelfde indeling en een echte tabel |
|
||||
| 3 (de lastige) | "Wat kun je voor mij doen?" zonder transcript | Eén zin uitleg en de vraag om het transcript, geen verzonnen verslag |
|
||||
<!-- /ontwerpkaart -->
|
||||
|
||||
## Lees dit eerst: wat mag en wat niet
|
||||
|
||||
Een transcript van een overleg bevat namen van collega's en soms van leerlingen. Daarom:
|
||||
|
||||
| Wat | Afspraak |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Waar het heen gaat | Wat je plakt of bijvoegt, blijft binnen het Microsoft 365-tenant van de school; een bijgevoegd bestand wordt naar je OneDrive gekopieerd. Dat is een andere situatie dan Dify-cloud. Overleg wel met de privacyfunctionaris voordat je echte transcripten gebruikt: de vraag is niet alleen waar het staat, maar ook wie het mag lezen. |
|
||||
| Opnemen en transcriberen | Vooraf toestemming van alle deelnemers; structureel opnemen: de medezeggenschap informeren. Dat verandert niet doordat het verslag door een agent wordt gemaakt. |
|
||||
| Leerlingen in het transcript | Een sectieoverleg gaat soms over leerlingen. Haal namen van leerlingen uit het transcript voordat je het plakt, of laat de agent ze weglaten (zie "Maak hem van jou"). |
|
||||
| Nalezen | Iemand die erbij was leest het verslag na voordat het rondgaat. De agent vat samen wat er gezegd is, niet wat er bedoeld werd. |
|
||||
| Bewaren | Copilot bewaart de chat. Wil je dat niet, verwijder dan het gesprek na het nalezen (menu bij de chat, **Verwijderen**). |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Voorbereiding
|
||||
|
||||
- Handleiding 1 gedaan.
|
||||
- Het transcript `sectieoverleg-transcript.txt` uit deze map: een fictief sectieoverleg Nederlands van drie sprekers, 2.900 tekens, met drie agendapunten en een zijpad over het koffieapparaat. Het is de tekst van de opname uit de Dify-reeks.
|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: het transcript.** Elk transcript werkt, ook een rommelig transcript uit Teams met tijdstempels en sprekersnamen. De instructie houdt daar rekening mee: bij twijfel over een naam of getal komt er een vraagteken. Haal wel eerst namen van leerlingen weg (zie de tabel hierboven).
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 1. Maak de agent
|
||||
|
||||
1. Klik op **Nieuwe agent**, dan op **Overslaan**.
|
||||
2. Vul naam en beschrijving in.
|
||||
|
||||
| Veld op het scherm | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| Naam | `Notulen-assistent` |
|
||||
| Beschrijving | `Maakt van het transcript van een overleg een kort verslag met samenvatting, besluiten en actiepunten.` |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 2. Schrijf de instructie
|
||||
|
||||
1. Klik in **Instructies** en plak de tekst uit `instructies.txt`:
|
||||
|
||||
```
|
||||
Je bent de Notulen-assistent van Het Voorbeeldcollege. Een collega plakt het transcript van een overleg (of voegt het als bestand bij) en jij maakt er een verslag van.
|
||||
|
||||
Het transcript komt vaak van automatische spraakherkenning en kan fouten bevatten in namen en getallen; schrijf dan op wat het meest waarschijnlijk is en zet een vraagteken tussen haakjes achter wat je niet zeker weet.
|
||||
|
||||
Schrijf in het Nederlands, zakelijk en kort. Gebruik precies deze indeling met deze kopjes:
|
||||
|
||||
## Overleg
|
||||
Een regel: welk overleg, datum, aanwezigen (als dat uit het transcript blijkt).
|
||||
|
||||
## Samenvatting
|
||||
Maximaal vijf zinnen over wat er is besproken.
|
||||
|
||||
## Besluiten
|
||||
Genummerde lijst. Alleen wat echt is besloten, geen voornemens.
|
||||
|
||||
## Actiepunten
|
||||
Tabel met kolommen: Wat, Wie, Wanneer. Staat er geen datum, schrijf dan "niet genoemd".
|
||||
|
||||
## Doorgeschoven
|
||||
Punten die bewust naar een volgend overleg zijn verplaatst, met de reden.
|
||||
|
||||
Regels:
|
||||
- Laat zijpaden en informele opmerkingen weg.
|
||||
- Verzin niets wat niet in het transcript staat.
|
||||
- Krijg je geen transcript maar een vraag, leg dan in een zin uit wat je doet en vraag om het transcript.
|
||||
- Vraagt de collega om het verslag als Word-bestand, maak dat dan aan met dezelfde indeling.
|
||||
- Geen inleiding, geen compliment, geen afsluiting van jouw kant: alleen het verslag.
|
||||
```
|
||||
|
||||
Dit is dezelfde verslaginstructie als in de LLM-stap van de Dify-Transcriptietool, met drie regels erbij die daar niet nodig waren: wat te doen zonder transcript, het Word-bestand, en "geen inleiding". Die laatste is nodig omdat een chat-agent uit zichzelf begint met "Natuurlijk! Hier is je verslag" en eindigt met "Laat me weten als je nog iets wilt". In een workflow-uitvoer stond dat er niet; in een chat wel.
|
||||
|
||||
2. Vul de startvragen in.
|
||||
|
||||
| Titel | Bericht |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| `Verslag maken` | `Maak een verslag van dit transcript: ` |
|
||||
| `Verslag als Word` | `Maak van het bijgevoegde transcript een verslag en zet het in een Word-bestand.` |
|
||||
| `Wat doe je?` | `Wat kun je voor mij doen?` |
|
||||
|
||||
De eerste startvraag eindigt op een dubbele punt en een spatie: de collega plakt het transcript erachter. De tweede is voor wie het transcript als bestand bijvoegt met **+**.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
3. Laat **Kennis** leeg en **Webzoekopdracht** uit. Controleer bij het tandwiel achter Kennis dat **Maak documenten, grafieken en code** aanstaat; anders komt er geen Word-bestand.
|
||||
|
||||
> Ook hier raakte bij het invullen van de startvragen een titel kwijt. Kijk de drie titels na voordat je op **Maken** klikt.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 3. Maak de agent
|
||||
|
||||
1. Klik op **Maken**, dan op **Chat starten**.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 4. Test als notulist
|
||||
|
||||
1. Begin met de lastige test: klik op **Wat doe je?** en verstuur.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 1 | `Wat kun je voor mij doen?` |
|
||||
|
||||
Eén zin: wat de agent maakt, en de vraag om het transcript te plakken of bij te voegen. Geen verzonnen verslag. Dat is de derde regel.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
2. Open `sectieoverleg-transcript.txt`, kopieer alles, klik op de startvraag **Verslag maken** en plak het transcript achter de dubbele punt. Verstuur.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 2 | `Maak een verslag van dit transcript: ` gevolgd door het hele transcript |
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Het verslag komt binnen een halve minuut, met precies de vijf kopjes uit de instructie. Onder **Overleg** staat de regel met datum en aanwezigen; de samenvatting telt vier zinnen.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Onder **Besluiten** staan vier punten (de gecombineerde toets, het uitstel van de leesmethode, en de twee rolverdelingen voor de open dag), en onder **Actiepunten** een tabel met drie regels: Fatima, studiewijzer, vrijdag 25 september; Bram, proefkosten navragen, deze week; Bram, proeflesopzet, voor 1 november.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Onder **Doorgeschoven** staat de leesmethode, met de reden. Het koffieapparaat komt nergens voor: dat was het zijpad, en de eerste regel zegt dat het weg moet.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
3. Vergelijk het verslag met het transcript. Kloppen de drie actiepunten, de datum van 6 oktober, en wie wat doet op de open dag? In onze test klopte alles. Kijk vooral naar wat de agent als besluit opschrijft: "Bram doet de proefles" is een afspraak, en de agent noemt het een besluit. Dat is verdedigbaar, maar het is een keuze die de agent maakt, niet jij.
|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: wat is een besluit.** Vind je dat afspraken over wie wat doet bij de actiepunten horen en niet bij de besluiten, schrijf dat dan onder Besluiten: "Afspraken over wie wat doet horen bij de actiepunten, niet hier." Test opnieuw en vergelijk.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Stap 5. Het verslag als Word-bestand
|
||||
|
||||
1. Vraag om het Word-bestand.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 3 | `Zet dit verslag in een Word-bestand.` |
|
||||
|
||||
In onze test ging dit de eerste keer mis: de agent vroeg om het transcript of het verslag opnieuw te plakken, alsof het gesprek leeg was. Waarschijnlijk paste de derde regel ("krijg je geen transcript maar een vraag") beter op dit korte bericht dan de vierde.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
2. Wees dan duidelijker.
|
||||
|
||||
| Bericht | Wat je intypt |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| 4 | `Het verslag staat hierboven in dit gesprek. Maak daar een Word-bestand van met de naam verslag-sectieoverleg.docx en maak dat bestand echt aan.` |
|
||||
|
||||
Nu verschijnt **Redeneren voltooid in 2 stappen** en een link **verslag-sectieoverleg.docx**, opgeslagen in je OneDrive.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
3. Klik op de link. Het document opent naast de chat: de titel, de vijf kopjes in blauw, de besluiten genummerd.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
Scroll naar beneden: de actiepunten staan als echte tabel met drie kolommen, en Doorgeschoven staat eronder.
|
||||
|
||||

|
||||
|
||||
> **Zelf kiezen: Word in één keer.** Wil je het Word-bestand zonder tweede bericht, vraag er dan meteen om (startvraag 2 doet dat), of maak de vierde regel in de instructie duidelijker: "Vraagt de collega om een Word-bestand, ook als dat in een later bericht is, gebruik dan het verslag dat je al gaf en maak het bestand echt aan." Test bericht 3 opnieuw.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Controleren of het gelukt is
|
||||
|
||||
- Zonder transcript geeft de agent een zin uitleg en vraagt hij erom
|
||||
- Het verslag heeft precies de vijf kopjes, in die volgorde
|
||||
- Het zijpad (koffieapparaat) staat er niet in
|
||||
- De tabel met actiepunten heeft wat, wie en wanneer; ontbrekende datums staan als "niet genoemd"
|
||||
- Het Word-bestand staat op OneDrive met dezelfde indeling en een echte tabel
|
||||
- Geen "Natuurlijk!" bovenaan en geen "Laat het me weten" onderaan
|
||||
|
||||
## Als het misgaat
|
||||
|
||||
| Wat je ziet | Wat er aan de hand is |
|
||||
| --- | --- |
|
||||
| De agent verzint een verslag bij "Wat kun je?" | De derde regel ontbreekt |
|
||||
| Het verslag begint met een inleiding of eindigt met een aanbod | De laatste regel ontbreekt |
|
||||
| Het zijpad staat in de samenvatting | De eerste regel ontbreekt, of het zijpad had in het transcript een besluit ("de conciërge kijkt ernaar") en de agent zag het als actiepunt. Zeg dan wat je wel en niet een actiepunt vindt |
|
||||
| Andere kopjes dan de vijf | "Gebruik precies deze indeling" ontbreekt, of de kopjes in de instructie staan niet als aparte regels |
|
||||
| Bij "zet dit in Word" vraagt de agent om het transcript | Zie stap 5: wees duidelijker, of pas de vierde regel aan |
|
||||
| Geen Word-bestand, alleen tekst | **Maak documenten, grafieken en code** staat uit |
|
||||
| Het plakken maakt de browser traag | Lange transcripten (meer dan een paar duizend woorden) beter als bestand bijvoegen met **+** |
|
||||
| Namen kloppen niet | Spraakherkenning. De agent zet een vraagteken bij twijfel; staat er geen vraagteken en klopt het toch niet, dan wist de agent het niet. Nalezen blijft nodig |
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Copilot naast de Dify Transcriptietool
|
||||
|
||||
| | Dify Workflow (handleiding 5) | Copilot Agent Builder |
|
||||
| --- | --- | --- |
|
||||
| Wat erin gaat | Een audiobestand (mp3, m4a, wav, maximaal 5 MB) | Een transcript als tekst of bestand; audio niet |
|
||||
| Spraakherkenning | Tool Speech To Text met eigen OpenAI-sleutel | Niet in Copilot Chat; Teams kan transcriberen als de school dat aanzet |
|
||||
| Verslag | LLM-stap met dezelfde instructie | Dezelfde instructie, in de agent |
|
||||
| Wat eruit komt | Verslag plus volledig transcript, als tekst | Verslag in de chat, op verzoek als Word op OneDrive |
|
||||
| Waar de data staat | Dify-cloud (geen echte opnames) of eigen omgeving | Het Microsoft 365-tenant van de school |
|
||||
| Bouwtijd | Een uur, met tool en sleutel | Tien minuten |
|
||||
| Kosten | Credits of eigen sleutel per minuut audio | In de licentie |
|
||||
|
||||
De Copilot-versie mist de eerste stap (audio naar tekst) en wint op de rest: geen sleutel, geen bestandslimiet, geen twijfel over waar het transcript staat. Heeft de school Teams-transcriptie aan, dan is dit de praktischer route. Zo niet, dan blijft de Dify-versie de enige die van een opname tot een verslag komt.
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## Maak hem van jou
|
||||
|
||||
| Aanpassing | Waar | Moeilijkheid | Wat je ervoor terugkrijgt |
|
||||
| --- | --- | --- | --- |
|
||||
| Andere kopjes (bijvoorbeeld "Mededelingen" erbij) | Stap 2, de indeling | makkelijk | Een verslag in het format van jullie sectie |
|
||||
| Namen van leerlingen weglaten | Stap 2, nieuwe regel: "Namen van leerlingen vervang je door 'een leerling'" | makkelijk | Een verslag dat je kunt rondsturen |
|
||||
| Afspraken bij actiepunten, niet bij besluiten | Stap 2, onder Besluiten (groene kader stap 4) | makkelijk | Een scherpere besluitenlijst |
|
||||
| Word in één keer | Stap 2, vierde regel (groene kader stap 5) | makkelijk | Geen tweede bericht nodig |
|
||||
| Een langere samenvatting voor wie er niet bij was | Stap 2, onder Samenvatting | makkelijk | Meer context, minder kort |
|
||||
| Actiepunten ook als Excel | Stap 2, nieuwe regel | gemiddeld | Een lijst die je kunt filteren op naam |
|
||||
| Vorige verslagen als kennis, zodat de agent open actiepunten herkent | Kennis, met Microsoft 365 Copilot-licentie | gemiddeld | Een agent die vraagt "is actiepunt 3 van vorige keer klaar?" |
|
||||
| Van opname naar verslag | Niet in Copilot Chat | moeilijk | Teams-transcriptie aanzetten, of de Dify-versie |
|
||||
|
||||
**Drie opdrachten**
|
||||
|
||||
1. **Jullie format.** Pak het laatste verslag van je eigen sectie en zet de kopjes daarvan in de instructie in plaats van de onze. Laat het fictieve transcript samenvatten en vergelijk met hoe jullie het zelf zouden schrijven.
|
||||
2. **Vind de keuze.** Loop het verslag na op alles wat de agent als besluit opschreef. Welke daarvan zijn echt besloten en welke zijn afspraken of voornemens? Pas de instructie aan tot het onderscheid klopt.
|
||||
3. **Een echt transcript, veilig.** Maak met een collega een transcript van een kort, fictief overleg in Teams (of typ er een), haal alle namen eruit en voer het in. Wat gaat er anders dan met ons nette transcript?
|
||||
|
||||
**Checklist voordat je eigen materiaal gebruikt**
|
||||
|
||||
- [ ] Alle deelnemers weten dat het overleg is opgenomen of getranscribeerd
|
||||
- [ ] Namen van leerlingen zijn uit het transcript, of de agent laat ze weg
|
||||
- [ ] De privacyfunctionaris weet dat transcripten van overleggen in Copilot worden samengevat
|
||||
- [ ] Iemand die erbij was leest elk verslag na voordat het rondgaat
|
||||
- [ ] Je weet dat het Word-bestand in de OneDrive komt van wie de agent gebruikt
|
||||
- [ ] Er is een eigenaar die de instructie bijhoudt en op **Bijwerken** klikt
|
||||
|
||||
---
|
||||
|
||||
## En verder
|
||||
|
||||
Zes agents, in de gratis laag van Copilot: een die uit een document voorleest (1), een die regels toepast op een tekst (2), een die vragen stelt en een bestand maakt (3), een die lesmateriaal beoordeelt (4), een die leerlingen coacht met de lesstof in de instructie (5), en een die een transcript samenvat (6). Wat in de Dify-reeks overblijft en hier niet kan: audio omzetten, een eigen zoektool, en een docent die via e-mail meebeslist. De instructies die je hier schreef, zijn daar één op één bruikbaar.
|
||||
@@ -0,0 +1,27 @@
|
||||
Je bent de Notulen-assistent van Het Voorbeeldcollege. Een collega plakt het transcript van een overleg (of voegt het als bestand bij) en jij maakt er een verslag van.
|
||||
|
||||
Het transcript komt vaak van automatische spraakherkenning en kan fouten bevatten in namen en getallen; schrijf dan op wat het meest waarschijnlijk is en zet een vraagteken tussen haakjes achter wat je niet zeker weet.
|
||||
|
||||
Schrijf in het Nederlands, zakelijk en kort. Gebruik precies deze indeling met deze kopjes:
|
||||
|
||||
## Overleg
|
||||
Een regel: welk overleg, datum, aanwezigen (als dat uit het transcript blijkt).
|
||||
|
||||
## Samenvatting
|
||||
Maximaal vijf zinnen over wat er is besproken.
|
||||
|
||||
## Besluiten
|
||||
Genummerde lijst. Alleen wat echt is besloten, geen voornemens.
|
||||
|
||||
## Actiepunten
|
||||
Tabel met kolommen: Wat, Wie, Wanneer. Staat er geen datum, schrijf dan "niet genoemd".
|
||||
|
||||
## Doorgeschoven
|
||||
Punten die bewust naar een volgend overleg zijn verplaatst, met de reden.
|
||||
|
||||
Regels:
|
||||
- Laat zijpaden en informele opmerkingen weg.
|
||||
- Verzin niets wat niet in het transcript staat.
|
||||
- Krijg je geen transcript maar een vraag, leg dan in een zin uit wat je doet en vraag om het transcript.
|
||||
- Vraagt de collega om het verslag als Word-bestand, maak dat dan aan met dezelfde indeling.
|
||||
- Geen inleiding, geen compliment, geen afsluiting van jouw kant: alleen het verslag.
|
||||
@@ -0,0 +1,37 @@
|
||||
Sectieoverleg Nederlands, dinsdag 22 september. Aanwezig zijn Karin, Bram en Fatima. Karin zit voor.
|
||||
|
||||
Karin: Goedemiddag allemaal. We hebben drie punten: de toetsweek van oktober, de nieuwe leesmethode voor de brugklas, en de rolverdeling bij de open dag. Laten we beginnen met de toetsweek. Bram, jij had de conceptplanning gemaakt.
|
||||
|
||||
Bram: Klopt. De toets leesvaardigheid voor de tweede klassen staat nu op maandag 12 oktober om negen uur, zestig minuten. Ik stel voor dat we die zo laten. Wat ik wel wil voorstellen is dat we de spellingstoets samenvoegen met de leestoets, dus één toets van zestig minuten in plaats van twee losse toetsen.
|
||||
|
||||
Fatima: Daar ben ik het mee eens. Twee losse toetsen in één week is voor de tweedeklassers te veel. Maar dan moet de studiewijzer wel worden aangepast, want daar staan nu nog twee toetsen in.
|
||||
|
||||
Karin: Goed. Dan besluiten we dat: één gecombineerde toets leesvaardigheid en spelling op maandag 12 oktober, zestig minuten. Fatima, pas jij de studiewijzer aan?
|
||||
|
||||
Fatima: Doe ik. Vrijdag heb ik hem klaar.
|
||||
|
||||
Karin: Prima, vrijdag 25 september dus. Dan punt twee, de leesmethode. We hebben twee proefpakketten gekregen. Bram heeft ze bekeken.
|
||||
|
||||
Bram: Ja, en eerlijk gezegd vind ik het lastig kiezen. Het ene pakket heeft veel betere teksten voor zwakke lezers, het andere heeft een digitale omgeving die veel beter werkt. Ik zou eigenlijk willen dat we ze allebei een periode uitproberen in één klas.
|
||||
|
||||
Fatima: Kunnen we dat wel betalen? En hebben we daar de tijd voor met de toetsweek eraan?
|
||||
|
||||
Karin: Ik denk dat we dit niet vandaag moeten beslissen. Ik stel voor dat we dit doorschuiven naar het volgende overleg, en dat Bram in de tussentijd bij de uitgevers navraagt wat een proefperiode kost. Akkoord?
|
||||
|
||||
Bram: Akkoord. Ik mail ze deze week nog.
|
||||
|
||||
Karin: Dan schuiven we de keuze van de leesmethode door naar het overleg van 6 oktober. Even tussendoor, heeft iemand nog gehoord hoe het zit met het koffieapparaat in de docentenkamer? Hij doet het al een week niet.
|
||||
|
||||
Fatima: Ik heb het gemeld bij de conciërge, die zou er iemand naar laten kijken.
|
||||
|
||||
Karin: Goed, dan hoeven we daar niks mee. Punt drie, de open dag op zaterdag 7 november. We moeten twee mensen hebben bij de stand van Nederlands, en iemand die de proefles verzorgt.
|
||||
|
||||
Bram: Ik doe de proefles wel, dat heb ik vorig jaar ook gedaan.
|
||||
|
||||
Fatima: Ik kan bij de stand staan in de ochtend, tot half een.
|
||||
|
||||
Karin: Dan doe ik de middag bij de stand. Dan is het rond. Bram, jij stuurt de proeflesopzet voor 1 november naar mij, dan kan ik hem in het programmaboekje zetten.
|
||||
|
||||
Bram: Ja, komt voor elkaar.
|
||||
|
||||
Karin: Dan hebben we alles gehad. Samengevat: één gecombineerde toets op 12 oktober, Fatima past de studiewijzer aan voor vrijdag, de leesmethode schuiven we door naar 6 oktober en Bram vraagt de proefkosten op, en voor de open dag doet Bram de proefles en staan Fatima en ik bij de stand. Bedankt allemaal, tot volgende week.
|
||||
@@ -3,6 +3,19 @@
|
||||
Microsoft verandert Copilot regelmatig. Elke handleiding vermeldt op de titelpagina op welke dag
|
||||
de schermen zijn vastgelegd. Hier staat per uitgave wat er veranderde.
|
||||
|
||||
## 2026-09-21, tweede uitgave: handleiding 4 tot en met 6
|
||||
|
||||
- Handleidingen 04 (Lesmateriaal-check), 05 (Studiecoach) en 06 (Notulen-assistent), gebouwd en
|
||||
getest in dezelfde gratis laag. Ze zijn de tegenhangers van Dify-handleiding 6, 8 en 5.
|
||||
- README: Inhoud en "Waarvoor is welke agent" uitgebreid; de tekst onder de tabel "Gratis laag"
|
||||
verwijst nu naar de nieuwe handleidingen en noemt twee praktische grenzen (bestanden gaan naar
|
||||
OneDrive, geen mens in de lus).
|
||||
- Nieuwe bevindingen in de handleidingen: een bestand bijvoegen met + kopieert het naar OneDrive
|
||||
en werkt beter dan een lange tekst plakken; de agent maakt van een lange leerlingversie eerst
|
||||
een compacte versie en zegt dat er zelf bij; de regel "geen namen of diagnoses" houdt de tekst
|
||||
schoon maar niet de bestandsnaam; "zet dit in Word" als los bericht werkt niet altijd, een
|
||||
duidelijker bericht wel; de instructie mag 8.000 tekens zijn, de ingekorte lesbrief past.
|
||||
|
||||
## 2026-09-21, eerste uitgave
|
||||
|
||||
- README: tabel "Gratis laag: wat kan wel en wat niet" (Copilot Chat, betaalde licentie, Copilot Studio).
|
||||
|
||||
@@ -17,6 +17,9 @@ Eigenaar en contact: Guido van Dijk, guido@l-e-x.nl, guido@ai-netwerk-limburg.nl
|
||||
| 01-schoolgids-assistent | Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Schoolgids-assistent (agent die uit een document voorleest, met de kennis in de instructie) | Beginners | 20 pp. |
|
||||
| 02-ouderbrief-assistent | Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Ouderbrief-assistent (agent die de schrijfwijzer toepast op een brief, en berichten maakt voor ouderapp en website) | Mentoren, teams communicatie | 13 pp. |
|
||||
| 03-toetsweekplanner | Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Toetsweekplanner (agent die vragen stelt, plant en een Excel-bestand maakt) | Mentoren, Experimenteerruimte | 15 pp. |
|
||||
| 04-lesmateriaal-check | Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Lesmateriaal-check (agent die een bijgevoegde lesbrief beoordeelt volgens UDL en een leerlingversie als Word maakt) | Docenten, ondersteuningscoördinatoren | 15 pp. |
|
||||
| 05-studiecoach | Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Studiecoach (agent voor leerlingen met de lesstof in de instructie: uitleg, oefenvragen, hints, geen antwoorden) | Docenten, mentoren | 13 pp. |
|
||||
| 06-notulen-assistent | Bouwen in Microsoft 365 Copilot: de Notulen-assistent (agent die van een geplakt transcript een verslag met besluiten en actiepunten maakt, ook als Word) | Sectievoorzitters, notulisten | 15 pp. |
|
||||
|
||||
Elke handleiding heeft een ingevulde ontwerpkaart, groene kaders "Zelf kiezen", een hoofdstuk
|
||||
"Maak hem van jou" met aanpassingen, opdrachten en een checklist, en een vergelijking met de
|
||||
@@ -29,6 +32,9 @@ Dify-versie van dezelfde app.
|
||||
| Schoolgids-assistent (01) | Beantwoordt vragen over de schoolregels uit de schoolgids, met hoofdstukverwijzing; verwijst door als het antwoord er niet in staat | Collega's, leerlingen met schoolaccount | Kennis in de instructie |
|
||||
| Ouderbrief-assistent (02) | Herschrijft een conceptbrief volgens de schrijfwijzer (B1, u, opbouw, lengte) en maakt er berichten voor ouderapp, website of sociale media van | Mentoren, teamleiders, team communicatie | Regels toepassen op een tekst |
|
||||
| Toetsweekplanner (03) | Vraagt leermomenten en moeilijkheid, verdeelt de toetsstof over de dagen volgens vijf planregels en levert een Excel-bestand op OneDrive | Mentoren, leerlingen met schoolaccount | Vragen, rekenen, bestand maken |
|
||||
| Lesmateriaal-check (04) | Beoordeelt een bijgevoegde lesbrief op zeven UDL-punten, geeft per ondersteuningsbehoefte drie aanpassingen voor de les en maakt een toegankelijke leerlingversie als Word | Docenten, ondersteuningscoördinatoren | Bestand in de chat, rapport, bestand eruit |
|
||||
| Studiecoach (05) | Legt de lesstof uit die in de instructie staat, geeft oefenvragen en kijkt na; geeft geen antwoorden op de opdrachten en verwijst persoonlijke berichten naar de mentor | Leerlingen met schoolaccount | Lesstof in de instructie, gedragsregels als routes |
|
||||
| Notulen-assistent (06) | Maakt van een geplakt of bijgevoegd transcript een verslag met vijf vaste kopjes (overleg, samenvatting, besluiten, actiepunten, doorgeschoven), op verzoek als Word | Notulisten, sectievoorzitters | Tekst in, vast format uit |
|
||||
|
||||
## Wat je nodig hebt
|
||||
|
||||
@@ -41,7 +47,7 @@ Dify-versie van dezelfde app.
|
||||
|
||||
## Gratis laag: wat kan wel en wat niet
|
||||
|
||||
Dit is het belangrijkste om te weten voordat je begint. De drie agents in deze reeks zijn bewust
|
||||
Dit is het belangrijkste om te weten voordat je begint. De zes agents in deze reeks zijn bewust
|
||||
zo ontworpen dat ze werken met wat elke school al heeft: Copilot Chat bij een gewone
|
||||
Microsoft 365-licentie. Linksonder in Copilot zie je welke laag je hebt.
|
||||
|
||||
@@ -59,18 +65,26 @@ Microsoft 365-licentie. Linksonder in Copilot zie je welke laag je hebt.
|
||||
| Gesprekken teruglezen | Alleen tellingen | Tellingen | Transcripten |
|
||||
| Kosten | In de licentie die je al hebt | Per gebruiker per maand | Per bericht |
|
||||
|
||||
Wat de gratis laag dus goed kan: alles wat in een instructie past, met tekst erin en tekst of een
|
||||
bestand eruit. Dat is meer dan het lijkt: de drie agents hier, en met dezelfde aanpak ook een
|
||||
lesmateriaal-check, een studiecoach met de lesbrief in de instructie, of een notulen-assistent
|
||||
die een geplakt transcript samenvat. Wat niet kan zonder Copilot Studio of Dify: audio omzetten,
|
||||
eigen zoektools naar externe API's, meerstaps-flows met een poortwachter, en een docent die via
|
||||
e-mail meebeslist. Daarvoor staan handleidingen 5 tot en met 8 in de Dify-reeks.
|
||||
Wat de gratis laag dus goed kan: alles wat in een instructie past, met tekst of een bestand erin
|
||||
en tekst of een Office-bestand eruit. Dat is meer dan het lijkt: handleiding 4 tot en met 6 laten
|
||||
zien dat ook een lesmateriaal-check met bijgevoegde lesbrief, een studiecoach met de lesstof in de
|
||||
instructie en een notulen-assistent voor geplakte transcripten in de gratis laag passen. Wat niet
|
||||
kan zonder Copilot Studio of Dify: audio omzetten, eigen zoektools naar externe API's,
|
||||
meerstaps-flows met een poortwachter, en een docent die via e-mail meebeslist. Daarvoor staan
|
||||
handleidingen 5 tot en met 8 in de Dify-reeks; elke Copilot-handleiding heeft achterin een
|
||||
tabel die de twee versies naast elkaar zet.
|
||||
|
||||
Twee praktische grenzen die je in de handleidingen tegenkomt: een bijgevoegd bestand wordt naar
|
||||
de OneDrive van de gebruiker gekopieerd (en het gemaakte Word- of Excel-bestand komt daar ook),
|
||||
en de agent geeft persoonlijke berichten van leerlingen niet door aan een mens.
|
||||
|
||||
## De agents zelf bouwen
|
||||
|
||||
Er is geen exportbestand zoals bij Dify: een Copilot-agent bestaat uit een naam, een beschrijving,
|
||||
een instructie en drie startvragen. Elke map bevat `instructies.txt` met de volledige instructie
|
||||
om te plakken; de rest staat in de handleiding. Vijf minuten per agent.
|
||||
om te plakken; de rest staat in de handleiding. Vijf minuten per agent. Handleiding 4 tot en met 6
|
||||
gebruiken de fictieve documenten uit de Dify-reeks (lesbrief ecologie, transcript sectieoverleg);
|
||||
die staan in de mappen.
|
||||
|
||||
## Zelf bouwen of aanpassen
|
||||
|
||||
|
||||